is toegevoegd aan je favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidinge, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEHEMIA. VII» 147

14. De kinderen van Zaccai, feven hondert, ende tfeftigh.

15. De kinderen van Binnui, of Bani, fes hondert , acht ende veertigh. Ezr. 2: 10. 642.

16 De kinderen van Bebai, fes hondert, acht ende twintigh. Ezr. 2: n. 623.

17. De kinderen van Azgad , twee duyfent, drie hondert, twee ende twintigh. Ezr. 2: 12. niet meer dan 1222.

18. De kinderen Adonikams, fes hondert, feven ende tfeftigh. Ezr. 2: 13. 666.

19. De kinderen van Bigvai, twee duyfent, feven ende tfeftigh. Ezr. 2: 14. 2056.

20. De kinderen van Adin, fes hondert, vijf

ende vijftigh. Ezr. 2: 15. flechts 454.

21. De kinderen Aters, van Hizkia, achtende tnegentigh.

22. De kinderen Hafums, drie hondert, acht ende twintigh. Ezr. 2: 19. 223.

23. De kinderen van Bezai, drie hondert , vier ende twintigh. Ezr. 2: 17. 323.

24. De kinderen Hariphs, of Jora, Ezr. 2: 18. hondert, [ende] twaelf.

25. De kinderen van Gibeon, of Gibbar, Ezr. 2: 20. vijf ende tnegentigh.

26. De mannen van Bethlehem ende Netopha, hondert, acht ende tachtentigh. Ezr. 2: 21, 22. ftaet 123 en 56, is 179.

27. De mannen van Anathoth, hondert, acht ende twintigh.

28. De mannen van Beth-Azmaveth, twee ende veertigh.

29. De mannen van Kiriath Jearim, Cephira , ende Beè'roth, feven hondert, drie ende veertigh.

30. De mannen van Rama ende Gaba, fes hondert, een ende twintigh.

31. De mannen van Michmas, hondert, ende twee ende twintigh.

IX. DEEL, K 2