is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GENESIS XIX. n3

fcich zeiven wijzende, heeft gunst en genade gevonden in uwe oogen , ende gy hebt uwe weldadigheyt groot gemaeckt, die gy aen my gedaen hebt, om mijne ziele, dat is mijn perfoon, en die van mijne Vrouw en Dochteren, onder de algeemene verwoesting der bewooneren van Sodom, te behouden by het leven: maer ick •en fal niet konnen behouden worden nae 't gebergte henen; ik vrees , dat mijne gevorderde jaren , en de vermoeidheid , daer ik' den ganfchen nacht flapeloos heb doorgebracht, my niet zullen toelaten, het gindfe gebergte, zonder rusten , te bereiken; vergun my eene andere wijkpiaets, op dat my niet milfchien, wanneer de krachten my begeven mochten, dat quaet, het welk over Sodom komen zal,aen en kleve , my ook treffe, ende ick flerve

20. Siet doch, defe ftadt, met den vinger naer Soar wijzende, is naeby; deze kan ik fpoedig en gemakkelyk béreiken , om derwaerts te vluchten , ende fy is kleyne, 'er zal minder ongerechtigheid gepleegd worden , dan m Sodom en de andere nabuurige Steden , omdat het getal der inwooneren minder is : laet my doch, by vooriaed derwaerts vluchten , om behouden te worden (is fy met kleyne?) op dat mijne ziele leve. *

21. Ende hy, de Engel of liever de heer zelf feyde tot hem ; Siet, ick hebbe uw aensefichtê opgenomen, oock in defe fake : dat ick defe ftadt niet om en keere, daer van gy gefproken hebt. In dezen opzichte zal ik uw verzoek ook toeftaen, dat dit kleine Stedeken, van. 't welke gy z0 even gefproken hebt, niet zal verwoest, maer van de algemeene verdelging der Steden, in deze vlakte gelegen, verfchoond worden. De fpreekwys iemands aengezicht in eene zaek op. te nemen geeft te kennen zijn verzoek in te willigen;' zy is ontleend van de gewoonte der Oosterlingen , by welke iemand , die aen eenen anderen, van groot vermogen, een verzoek voorftelt, zich met het aengezicht op de aerde neder werpt; wanneer hy nu , aen welken het verzoek gedaen wordt, het zelve toeftaet, geeft hy bevel, dat de verzoeker zich zal oprichten, en in dezen zin wordt zün aengezkk

I. PEEL. H