is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GENESIS XLII. 329

fchappelyken Lands-Vader. Ende Pharao wees zijne Onderdanen tot Jofeph, als den hoogen Ambtenaer, welken hy over deze zaek gefteld had , hy feyde tot alle Egyptenaren ; Gaet tot Jofeph, doet wat hy u feyt ; betaelt voor het Koorn zooveel, als hy van ulieden vorderen zal.

56. Als dan honger over het gantfche lant was, fo opende Jofeph alles waer in [yet] was , alle de voorraedfchuuren en Koninglyke Pakhuizen , ende verkocht aen de Egyptenaren zooveel zy nodig hadden , tot den prijs, welken hy zelf ftelde : want de honger in Egyptenlant fterck wert , zoodat elk genoodzackt was, zich naer Jofeph te wenden,

57. Ende alle de inwooners der nabuurige landen quamen in Egypten tot Jofeph om te koopen : want de honger in alle landen fterck was , en het gebrek allerwegen hand over hand toenam , overmids de gewoone verzendingen uit Egypten een einde genomen hadden.

HET XLII. KAPITTEL.

Jofephs Broeders komen, onder andere vreemdelingen, ook tot hem om Koorn te kopen. By voorraed houdt hy zich voor hun onbekend, en werpt eenen van hun in de gevangenis als gijzelaer, totdat de ove~ rige hunnen jongften Broeder tot tem zouden gebracht hebben.

I. J^)Oe Jacob fagh, en van den eenen en anderen zijner nabuuren , in Canaan , vernomen • had , dat 'er nog een genoegzame voorraed van koorn in Egypten was , en dat men aldaer voor geld konde te regt raken , fo feyde Jacob tot fijne fonen ; Waerom fiet gy in verlegenheid als wanhopige menfchen op malkanderen ? hier in Canaan is gebrek aen leeftocht, maer I. DEEL. X 5