Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAPITEEL.

ftekken. De zuil, op' zich zelve beftaat daar tegen uit drie deeien, namentlyk i. de zuilenvoet, ot bafis; 2. dezuilendam, of fchacht; en 3. het Kapiteel. Zie verder KOLOM.

Elke foort van bouw-orde levert een byzonder maakze! op van het Kapiteel. In de Toscaanfche of HetrurU fcheorde, by voorbeeld, is het Kapiteel flegts met wei. nige leden of verfierzelen voorzien; de Dorifche orde heeft geheel geene verfierzelen in haar Kapiteel; de Jonifche daar te^cn verfierd de haare met flangentrekken; in de Corintifche h het zelve verfierd met twee reij'en bladen enag: voluten, die deabacus, of bovenlyst onderdennen; en in de gemengde of Romeh fche orden zyn de verfierzelen van het Kapiteel frmengeiteld, uit die van twee andere orden, hebbende dienvolgens gemeenlyk twee reijen bladen, gelvk de Corinthifche, en ■ voluten naar de gedaanteder Jonifche orden. Wy zullen gelegenheid vinden, van uit alles eene nadere opheldering te geeven.

Wy moeten egter hier nog in 't voorby gaan aanmerken , dit de Afgodendienst wel de voornaamde beweegreden is geweest, welke deGrieken aanleidingg-f om hunne zo zeer geroemde bouw-orden uit te vinden. Zy hadden van de Oosterfche volken , inzonder. heid van deEgyptenaars en PImniciers wel eenige aanleg tot bouwen verkreegen, maar bet was eigentlyker voor de Grieken weg gelegt, om die kunst te befchaaven en ten top te voeren. Doris, een Koning van Achaijcn, wordt gezegt het eerst de boomftammen, die men tot ftylen en ftutten gebruikte, in kolommen en pylaaren hervormd te hebben. Hv plaatfte die eenvoudig op een voetfttik, en overdekte ze met een hoofdfhik, of Kapiteel. De Joniërs verfierden vervolgens deeze eenvoudigekolom en het Kapiteel der Doiiers, door dezelve met fchroefs wyze krulwerken, voluten genaamd . te verryken. Naderhand voegden de Corinthiers 'er het' fieraad aan van rondsom wasfchende breede bladen welke Corinthifche orde, door den Griekfchen, Bouwl kunftenaar Callimachus, en, volgens het verhaal van Vitruvius, wel op eene zeer toevallige wyze zoude uitgevonden zyn. Die oude Bouwkunftenaar fchryft daar over in deezervoegen ; ,, Het maaken der „ Corinthifche Kapitetlen heeft by toeval zynen oir,, fprong genomen, en wel op deeze wijze. Zekere „ Griekfche dochter, nog miagd zynde, kwamteder„ ven, en wierd met daatfie ter aarde befteld, nadeeze „ plechtige lykftaatfie verzamelde haare voedfter alle de „ k'eimgheden, die de overledene voor fpeeltuig en „ tydverdryf gediend hadden, in eene teenen korf, en „ pKaatfte die op haare grafftede, dekkende die korf „ meteenen vierkanten tigchelfteen. op dat het huisraad „ deezer overledene te langer daar in bewaard zoude , „blyven. Daar nu deeze korf, by toeval, boven de ; „•wortel eener Acanthus-plant, op de aarde nevens de graftombe gezet was, gebeurde het, datdewor» tel m den zomer uitfpruitende, met een' fchoonen ' ,, plant van breede bladen en druiken, naast en om de i „ korf opgefchoten is, waar van de middeldeftengen 1 „ en deelen zich na boven, tegen de overfteeke'nde 1 „ hoeken des tigchels, met een fierlvke kromming ( „ overboogen, zo dat zy door haare grooter eri klei- < „ ner overhangende bladen, ten eenemaale den alge- 1 „ meenen zweem van zodaanige loofbladen vertoon- \ „ den, als men hedendaagsch gewoon is aan die Ka- .

KAPITEIN. 38SI

„ piteelcn te maaken, welke men Corinthifche noemt. „ Wanneer nu dit gevallig fchoon, in 't vooi by gaan , „ door den Corimhifchen Bouwmeester Callimachus „ gezien wierdt, heeft hy niet zonder opmerking in „ achtgenomen, hoe hem de Natuur, ais het ware, „ een middel aanwees, om de kunst door een nieuwe „ fieraad te baat te komen, zo dat hy dit gezicht. „ zonder uitftel, op een fchryftafeltje aftekende, en „ zulks, door eene geestige toevoegingen verplaat. „ zing, tot een Kapiteel bracht."

Wy behoeven hier niet by te voegen ,■ dat men dit verhaal van Vitruvius, waarfchynlyk voor niets hoo. ger, dan een wel verzonnen vertelzel zal mogen aan. merken.

KAPITEIN. Deeze rang en tytel was eertyds in veel grooter aanzien, dan hedendaagsch; men gaf de. zelve met dan aan mannen, die onder de wapenen grys geworden zynde, het opperbevel voerden over zeker aantal Krygsbenden, dus was de naam van Kapitein toen een eeren-tytel van den eerften rang welke niet gegeeven wierdt dan aan den Bevelhebber of Chef van een aanzienlyk Corps troepen. Men heeft zelvs voorbeelden gezien in Frankryk, dat Officieren een Corps van vier- of vyfduizend man, onder den eenvoudigen tytel van Kapitein commandeerden • dan deeze Kapiteins waren gemeenlyk buitenlandfche Edel. lieden, -welke een goed getal vreemde troenen, gelyk Schotten, Duitfchers, Switzers, of Itaiiaanen, ten diende van den Koning aanvoerden. Dit duurde tot onder de regeering van Lodewyk den XIII, wanneer eindelyk het Franfche Volk zyne eigen kragten hebbende leeren kennen, en dat deezetot beveiliging des Ryks toereikend waren, zich daar toe niet langer van vreemde troepen bedienen wilden, behalven weinige Regimenten Switzers of Ieren, en fonvyds eenige Duitfchers , die b~ftendig in het Franfche Ryk zyn aangehouden, doch welker Opperbevelhebber een hooger tytel, volgens het hedendaagsch gebruik, wierd toege'egt.

De naam van Kapitein was eigentlyk, in vroegere eeuwen, by de nationaale Franfche legers onbekend. De zodaanigen, die ten tyde van de eerde en tweede Komnglyke Stam, onder de Graaven en Hertogen het bevel voerden, waren Rechters (Viguiers) en Hoofdmannen over honderd (Centeniers). - Zedert de indelling van het Ridderfchap, door Philip-Augustus, voerden de Ridders-Baanderheeren, met den tytel van Bannerets, het bevel over de onderfcheiden brigaden iran de Ruitery. Doch zo haast de "Koningen, behal. ven de Troepen van hunne eigene Vafallen, ook aan :emge Heeren commisfie gaven om benden paardevolk e ligten , namen die Edellieden den tytel aan van Kantein, in den zelvdenzin, als deeze nog hedendaagsch ;egeeven wordt.

By gelegendheid dat Koning Karel den VII, eene lervorming ondernam by de Franfche militie, en vyf-' ien benden of compagnien van ordonnantie indelde, ;af hy aan elk der Officieren, die over een deezer lenden het bevel voerde, den, tytel van Kapitein. Na. lerhand gaf men die medeaan alleandere bevelhebbers ;ener compagnie in Franfchen dienst, zo wel by het iaardevolk van 's Konings huis, als der Koninglyke ardes, ligte ruitery, het voetvolk en de dragonders. —— Tegenwoordig heeft men Kapiteinen by meest Da ai„

Sluiten