Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4174 KLEL

en laat zich niet polysten; veranderende In 't vuur weinig, dan dat zy aschgraauw wordt en een weinig harder.

Een dergelyke vrugtbaare uit Kleien Aarde gemengde Aardftoffe, Ackerthongenaamd, vindt men ook hier en daar in Duitschland en zelvs in Sweeden, als ook in Frankryk- Ja dergelyke Poot- of Teel-Kleijen, die ongemeen vrugtbaar zyn, komen in ons Holland aan de Rivieren , waarfchynlyk weleer door dergelyke overftroomingen gebooren en fomtyds eenigzits met Kalk of Kryt bezwangerd, voor. Zie de Nat. Hist. van Holl. door den Heer Dr. Berkhey, II. Deel, I.Stuk, bladz. 334, enz. Deeze vallen wel doorgaans blaauwachtig, doch worden opdroogende aschgraauw en niet hard noch taay, vergruizende zeer ligt tot ftof, in. zonderheid, wanneer zy door den regen bevogtigd zyn geweest: *t welk een voornaame oirzaak van de vrugtbaarheid der landeryën in Noordholland, inzonderheid in de uitgemaalen Meiren, is.

20. Zoute Klei, Argilla muriatica. Klei, die gemengd is en mergelachtig, bruin van kleur, opbruifchende, brak. Argilla mixta margacea, effervescens, fusco, iau> riaticofafa. Linn. Syst. Nat. XII. Tom. III. Gen. 52. Sp. 20. Terra e Palejlina. Anon. Min. p. 125.

In de woeftynen omftreeks de Roode Zee, in Egyp> ten, als ook by Smyma, komt, volgens Linn/eus, deeze voor, welke, zo hy aanmerkt, aschgraauw is of bruin, door 't droogen poeijerig, zout van fmaak en met water opbruifchende, Cronstedt, aan wien zyn Ed. daar van gegeeven hadt, befchryft ze onder den naam van Aarde uit Palejlina. Misfchien zal dit, zegt Linneus, het Natron der Ouden zyn. Ik twyffel niet, of het is die Zeep-Aarde, waar van men fchryft, dat dezelve op twee plaatzen, ongevaar zes uuren gaans beoosten Smyma, gevonden wordt, als een foort van Schimmel dagelyks, ter hoogte van één a twee duimen, in de zomer-maanden uit den grond opfchietende. Men vergadert ze alle morgens, en zy is van ongemeen gebruik tot het maaken van Zeep met Olie, waar van men aldaar, jaarlyks, duizend kwintaalen ten dien einde bezigt. Deeze witachtige Aarde wordt met Kalk gekookt, en het loog daar van, inzonderheid de fchuim, is tot het zeepmaaken dienftig. Hier uit blykt de Alkalifche natuur van deeze Aarde. Phil. Trans, abridg. by Lowthorp, Vol. II. p. 447.

Zonderling is 't, dat de grond, waar op deeze zoute Aarde groeit, des winters, vogtig zynde, Gras uitlevert. Zo fchynt dan die Aarde niet onvrugtbaar te zyn, gelyk onze brakke Kleijen, die fterk met ZeeZout zyn bezwangerd. Zie Nat. Hist. van Holl. als boven, bladz. 341. Het Natron, waarmede LinKffius de Oosterfche gelyk ftelt, is van eene loogzoutige natuur: terwyl in dezelve, zo zynEd. aanmerkt, veel Pekel-Zout huisveste. Dus vindt men, in OpperOostenryk, zelvs korrels en knoppen van Keuken-Zout, ingefprengd in graauwe, blaauwachtige en zwarte Klei.

21. Vitriool-Klei. Argilla vitriolacea. Klei, die gemengd is, en bruin, vitrioolzoutig van fmaak. Argilla mixta, fusca vitriolico-falfa. Linn. Syst. Nat. XII. Tom. III. Gen. 52. Sp. 21.

Men vindt deeze onder moerasfen zegt Linn^eus,

KLEI.

en ik twyffel niet, of hier toe behoort die modderige ftoffe, welke de meergemelde Heer Berkhey Zwarte Veen-Katteklei noemt, als onder de Veenen, of ook de Blaauwe Katts-Ktei, onder allerlei zwarte Ïuin-Aarde en zelvs onder goede Klei, in ons land, zo zyn Ed. aanmerkt , overvloedig voorkomende. Daar van is hier voor reeds, onder den tytel van Zwarte Klei, gefproken.en aangemerkt, dat derzelver kleur waarfchynlyk van Yzer afkomftig zy. Derhalven moet men zich niet verwonderen, dat zy de handen, als ook het water, inzonderheid dat door de bladen of anders famentrekkende is geworden, zwart maakt als inkt. De gewoone Klei houdt doorgaans ook eenig Yzer, gelyk gemeld is, of Yzer-Vitriool. By Idria in de Krain, als ook in 't Lambert-Gat in de Neder-Elzas, wordt dikwils Koper-rood op en in Klei gevonden.

Die Klei of Bolus, welke week zynde onder de grond wit is, en vervolgens fchoon blaauw wordt in de lucht, waar van bevoorens is gefprooken, als in Thuringen gevonden, zal van dergelyke vitrioolifche natuur zyn. De Vitrioolen ondergaan zodaanige verandering door de lucht. Ook zal van dien aart zyn de ftoffe, nu ruim twintig jaar geleeden in 't noorden van Schotland, omtrent vier uuren gaans van Aberdeen, by toeval uit een moerasfige grond, in de hoek van een uitgepuurd veen- of turfland, gegraaven. Onder de mosfige bovenkorst vondt men een laag veen, een voet dik, en daar onder kwam deeze ftoffe, byna in gelyke dikte, voor; zynde daar onder, zo men meende Klei. De ftoffe, nat zynde, was wit en vettig, byna als beflagen Kalk, met bitumineufe ftreepen doorregen; weshalve zy ook een zwaveligen ftank hadt. Aan de lucht blootgefteld wierdt zy allengs blaauw. Het blaauwe poeijer liet zich moeijelyk, door afwasfching, van het zwarte bitumineufe fcheiden. Met Vitriool-Zuur wierdt het zelve donkerbruin, en, loog daar by gegooten zynde, viel een wit poeijer op den grond. Dit toonde duidelyk de yzerhoudende eigenfehap dier ftoffe, door 't maaken van inkt met famentrekkende vogten. Ook zyn de wateren, daar omftreeks, altemaal bezwangerd met Metaal. S. Douglas , Exp. and Obferv. upon a blue fubflance &c. PhiK Trans. Vol. LVIII. p- 181.

Behalven de Roode Vitriolifche heeft men, uit Saxen, een Aluinhoudende en Salpeter-Aarden, die allen eenigzints kleiachtig voorkomen. Een Salpeterige heeft de Heer Houttuyn, van den Berg Gede op Java, niet ver van Batavia, in Oostindiên, die klonterig is, en eene andere Aarde, graauwachtig wit van kleur, die zoutig is en onvrugtbaar, van 't eiland Sumatra. In hoe verre deeze tot dit Geflacht behooren, wil zyn Ed. niet bepaalen.

De Heer Wallerius heefc nog twee foorten van Kleijen opgegeeven, die eenige opmerking verdienen; hoewel zy mooglyk tot de voorgaande te betrekken zyn; naamelyk.

22. Korrelige Klei. Argilla granularis. Klei, die glas wordt in 't vuur, uitdroogende korrelig. Argilla v»« trescens exfecata granularis. Wall. Syst. Min. I. p. 48. Sp. 5-

Deeze, uit Peruin ZuidAmerika afkomftig, zou misfchien door het af wasfchen en uitfpoelen der Kleijige Stoffen, toe het bekomen van 'tGoud uit dezelven, zo

die

Sluiten