is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4262 KOLGANS.

en in Friesland, daar men 't harde flaan verkiest, er het te rug fpeelen tegens de fchutting, dat men ra batteeren noenu, in gebruik is, wint het de verst af liggende; doch het eerstgemelde is in Holland zeer algemeen. En nadien de winst hier van afhangt, zc ontdaan de meeste twisten uit dit aftrekken of rabat teeren; dewyl het wel eens gebeurd, dat twee Kol. vers zo gelyk tegen eikanderen aftrekken , dat beide de Ballen geene haairbreedte of niets verfchil. len ; wanueer eik de overwinning zo gelyk daande , niet gaarne de overwonnene wil zyn ; doch de gemaatigden houden, in zulk een geval, het verfpeelen voor 't best. Wyders fpeelen 'er ook wel twee perfoonen tegens twee, wanneer van iedere par ty de eene uitflaat, en de andere te rug fpeelt. Als 'er een groot gezelfchap is, neemt men vier of meer paaren, elk met zyne maat, en dit heet met ploegen kolven; ook fpeelt men dan fomtyds met loopende Ballen, fpeelende ieder voor zich zslven met zynen Bal, enz. Buiten dit heeft men hier nog aan te mer ken, dat 'er meermaals onder onze Natie zwaare weddingfchappen uit dit Spel ontdaan; als mede dat de Baanhouders, en Kadeleins der voornaamfte Kolfbaa nen, hier en daar de liefhebbers jaarlyks laaten fpee len, om eene net gemaakte zilveren Kolf, gehegt aan een fraaijen dok, met een fluweel goud of zilver geborduurd handvatzel. Voorts heeft men, om dat de open Kolf baanen blootgedeld zyn aan de zon, de re genplasfen, het vallen van boombladeren, enz. al van overlang begonnen de Kolfbaanen met houden Iootzen te overdekken; die, allengs kostbaarder en prachtiger geworden, thands aan veele plaatzen, in en om de groote deden, met fchuifraamen en ruime zittingen voor de aanfchouwers, indiervoege gebouwd zyn, dat ze, in een zeker opzicht, als trotfche Schouwburgen voorkomen. Behalven de ruime Kolfbaanen van die foort te Rotterdam en Amfleldam, daar men 'er zelvs op zolders vindt, verdienen hier gemeld te worden de Kolfbaanen in den omtrek van Leyden en Ley derdorp, die der Leydfche Schooljeugd, nu de Malie baanen in vergetelheid zyn, eene eerlyke en mannely- i ke uitfpanning verleenen ; waar van men zich te meer- • der bedient, zedert dat de Raket- en Kaatsbaanen, i onder de aanzienlyke lieden, mede buiten de gewoon- i te geraakt zyn. 6 KOLFDRAGER, zie COLFDRAGERS. ( KOLGANS in het latyn Anas Erythropus, is de e raam van eenen Water-Vogel onder het Geflacht der d Ganfen behoorende. Zy zyn kleinder dan de Riet- ti ganfen, en van dezelven boven dien in andere opzich- d ten onderfcheiden. Brisson noemt deezen Vogel de R wilde Gans van 't Noorden, (Anfer Septentrionalis fylves v. tns. Ormholog II h 433.) daar zyn Ed den Rietgans h esnvouJiglyk Wilde Gans Welt. By Eowards heet fp hy de Spottende Gans, in 't engelsch Lang hing Goofe, n; lommigen noemen hem de Gans van Canada: want hy ki lchynt zo wel in de noordelyke deelen van Amerika, te als van Europa te huisvesten. Zyne nederduitfche H naam is van de witte Plek, naar een toupet gelvken- ki de, die hy voor aan den Kop heeft, in de Paarden de h Kol genaamd, afkomftfg, des ook de Heer Linnjeus en ulk c. e!I'e ^S^auwe Gans met een wit Voorhoofd be beichrytt. Anas cmerea, fronte alba. Linn. Syst Nat. XII. pag. 197. sp. 11. Eene uitmuntende naar het leeven

in het kostbaare Werk van H« ««..Jï Kmk a

Sepp; waar uit wy ook voornaamelyk deeze befcteft ving hebben ontleend. 1 De langte van den Kolgans is doorgaans twee voeten en twee a drie duimen; hebbende de Wieken vier en eenen hal ven voet vlugts. De kleur ziet meer uit den bruinen, dan in de Rietgans, en de randen der Pluimen zyn wei bleeker, doch niet zo wit. nW.

KOLGANS.

i gekleurde Afbeelding van deezen Vogel, vindt m'èa

■ in het kostbaare Werk van de Heeren Nozeman ea

■ Sepp; waar uit wy ook voornaamelyk deeze befchrv. ving hebben ontleend. 1

De langte van den Kolgans is doorgaans twee voeten en twee a drie duimen; hebbende de Wieken vier en eenen hal ven voet vlugts. De kleur ziet meer uit den bruinen, dan in de Rietgans, en de randen der Pluimen zyn wei bleeker, doch niet zo wit, ultgenoomen aan den kant der Vlerken, die blaauwachtis aschgraauw zyn. Van onderen is de Stuit geheel fneeuwwit, maar de Buik gewolkt met groote zwarte' en rosachtige Vlakken. De Hals komt nagenoeg met die van de Rietgans overeen, maar aan den Kop is by bruiner, in de Mannetjes tot aan de Borst toe zwart met de Keel wit, zo als Linnjeus in Faun. Suec Ed' II. p. 41. aanmerkt. De Bek die eene kegelvormige' gedaante heeft is rood, even als ook de Pooten, die byna koraalrood zyn of bloedkleurig : weshalve hy ook in 't byzonder den bynaam van Erythropus, dat is Roodpoot, voert; maar de Klaauwen zyn zwart. De Staart en Slagpennen zyn zwartachtig, met wit of bleekgraauw gezoomd.

Dat de Kolgans tot onze wilde Ganfen behoort, is zeker. Zy worden onder dezelven gevangen, en men maakt 'er op gelyke manier gebruik van tot eene fpyze, die in de voorwinter hier te lande niet ongemeen en met te verachten is, wanneer de Gans wel wordt toebereid. Het vleesch heeft egter dien lekkeren fmaak nier, van dat der Rotganfen, 't welk waarfchynlyk daar uit ontdaat, dat die op visch en de gewoone wilde Ganfen meest op gras en koorn aafen, rechtende in de zaaj landen veele verwoesting aan. Het zyn zeer waakzaame Vogels, die zich niet ligt onder 't fchot laaten brengen, maar door verrasflnge moeten gevangen worden en door bedrog. Zy vliegen by rchoolen zeer hoog in de lucht en maaken zich kenbaar door bun gefchrey, dat men fomtyds zelvs in Jen donkeren avond hoort. De Gapfen vangers hun. ie netten toegedeld hebbende, houden by de/elve amme Lokganfen, die dit gefchrey beantwoorden ' vaar op dan de wilden ter dier plaatze nederftryken Dmdreeks Campen in Overysfel komen zy, tegen den vinter by geheele troepen, op de eenzaame zo buien- als binnenlanden aan den Tsfel gelegen, graazen n worden aldaar door middel van drikken'en fchietl eweer in menigte gevangen; ja fomtyds ook wel in e vlugt gefchooten. In den ongemeen wakken win:r van 1780, 1790, krielde bet aan den Eem, bene» Amersfoort van wilde Ganfen, waar order veele olganfen, ingevolge het verhaal van eenen geloof, aardigen vriend. Deeze Vogels zyn mooglyk wel 2t algemeende over den geheelen aardbodem verreid. Zo ver men in 't Noorden en zo ver men ar de Zuidpool gekomen is, worden zy aan alle ;sten en eilanden, in golven en baaijen, by menig, u gevonden, doch merkelyk verfchillende in kleur, ït vliegen der Ganfen by fchoolen, in eene driehoe;e figuur, met eenen Voorvlieger op de punt, wordt ïr te lande meest by avond aan derzelver gekwakel, in den voornacht ook, by heldere maanefchyn, op t oog vernooinen.

KOLLEBLOEMEN, zie MAANKOP n. 5. KOLLEGIANTEN, zie COLLEGIANTEN.

KOL-