is toegevoegd aan uw favorieten.

Tafereel van natuur en konst; behelzende, by eene algemeene landbeschryving en beknopte historie der verscheiden volken, alle de voornaamste byzonderheden die in de bekende waereld [...] voorkomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUITSCHL. ENZ. ZëD. , WETT. j ENZ.

jaare 1752 vryheid van Godsdienst verzogt hebben, welk verzoek hun toegeftaan is, mids dat zy zich met der woon naar Zevenbergen begeeven zouden. — De inwooners zyn aartir ge en befchaafde luiden, en zeer gefchikt om tot kunsten en weetenfchappen, tot ftaat-en krygskunde, te worden opgeleid. Zy worden fchertfchende Pafchalers genoemd, omdat het (gelyk men gewoon is te zeggen) 'er altyd Paasfchen en nooit Vasten is , dat is, omdat zy altyd in overvloed leeven.

Daar is eene foort van uitfpanning, welke de gemcene verlustiging is van het Hof te We* nen, die door eene Engelfche Dame, welke zich in den jaare 1717 in een aanzienlyk ka* rakter, aan dat hof bevonden heeft, op de volgende wyze befchreeven is: de Keizerin Amelia, in haar lustpaleis, omtrent eene halve myl van Wenen zynde, was gezeeten op eenen kleinen troon, aan het einde van eene fraaije laan, in den tuin ; ter wederzyde Honden twee ryen van haare (taatjufferen gefchaard, aan welker hoofd twee jonge Aartshertoginnen waren; het hair van alle deeze jufferen was ryklyk met juweelen verfierd, en zy had* den fraaije ligte vuurroertjes in haare handen;

op