is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANTANA.

LANTHU. LAPPÉNBLOEM. 4627

zyn van Je voórgaanden, hoewel het de Bladen zeer ruig en wollig heeft, en 'er door de ovaale Blaadjes, tusfehen de Bloemen, weezentlyk in foort van fchynt te verfchillen,

6. Welriekende Lantana. Lantana odorata. Lantana, met twee- en drievoudige, lancetswys* ovaale Bladen, de Steng ongedoornd. Lantana Foliis oppofitis temisque lanceolato-ellipticis , Caule inermi; Lantana aromatica Fo liis ternis oppojïtisque fuhfsfilibus, Capitulis conicis in Umbellam coaüis. Royen Msf Vibumum Salvice folio, Floribus albis. Herm. Prodr. 384.

Deeze foort, die welriekende is , heeft de Bladen byna ongedeeld en kegelvormige Hoofdjes, kroontjeswyze geplaatst; de Bloemen zyn wit, de B'ikjes daar tusfehen , lancetvormig ; de Bladen fterk gerimpeld met eenige wolligheid.

7. Gedoomde Lmtana, Lantana aculeata. Lantana, met gepaarde Bladen, de Steng takkig gedoomd, de Atiren half klootrond. Lantana Foliis oppofitis, Caule aculeata ramofo, Spicis hemisphtericis. Linn, Mant. 410. Lantana Foliis oppofitis, petielatis, Caule aculeato. Hort. Clijfort. 480. Hort. Upf. 380, Roy. Lugdbat. 290. Myrobatindum Viburnifolium fpinofum, Floribus coccineis. Vaill. AH. 1722, p. 27Ó. Vibumum Americanum odora ■ turn urtica foliis latioribus , fpinofum, Floribus miniatis. Px.uk. Alm. 385. T. 233. ƒ. s.

Deeze in de Kruidhoven bekend, is wegens haare hoogroode Bloemen aanzienlyk. Zy heeft een hooge, ftekelige Steng, op de hoeken met korte Doornt¬

jes; de Bladen eyrond, van achteren fpits, gefteeld en ruuw. Twee half klootronde Aairen, met kleine afvallende Blikjes daar tusfehen, ftaan tegen over malkander. In de kleur der Bloemen heeftook eenig ver. fchil plaats, zynde die in de jongen geel, in de ouden rood. De woonplaats is insgeiyks in Zuid-Ame. rika.

8. Saliebladige Lantana, Lantana Salvifolia. Lantana, met gepaarde , byna ongedeelde Bladen en getroste Bloemen. Lantana Foliis oppofitis fubfesfilibus, Floribus racemofis. Frutex Africanus, Foliis conjugatis Salvia angustis, Floribus hirfutis. Herm. Afr. 10.

Deeze is de Afrikaanfche Heester, met gepaarde fmalle Salie-Bladen en ruige Bloemen, van Hermannus. Hier zyn twee ovaafachtige Stoppeltjes, welken de overigen niet hebben. De Bladen zyn lancetvormig, derk gerimpeld', geaderd, wollig. Aan 't end der Takken komt een Bloemtros voort, uit Bloemen beftaande, die cylindrisch, wollig van binnen bioedkleurig zyn,. met een zeer korten rand. De Vrugt tot nog toe onbekend zynde, kan men met zekerheid niet bepaaleny waar hy t' huis behoore.

Takken en deeze wederom in dunne Takies verdeelt.

waar aan ongedeelde, breede, gefpitfte, ftyve, ruu. we, op de kant zaagswys' getande Bladen, in de jon. gen grooter, in de ouden kleiner- De Bloemen door hem afgebeeld , hadden een lang Pypje aan 't end als de wieken van een molentje in vyven gedeeld, zyn. de van een aangenaamen reuk, waar op een zwarte Befie volgde, met een enkel rond Zaad. Het Gewas bloeit, zegt hy , in de Amfteldamfche Tuin op alle tyden des jaars. Het heeft te Leipzig in die van Ludwig, een Vrugt voltodid , welke zich bevond in de vyfdeeüge fpits geflipte Kelk , zynde een onfmaakelyke klootronde een weinig gefpitfte, door een fleuf verdeelde Befie, meteen ronde tweehollige Pit, volgens de waarneeming van den Heer Schre-eer.

LANTHÜ is de naam der Stichter van eene Gods-, dienst-Seéte onder de Tonquineezen. De Japoneezen en Chineezen hebben ook veel eerbied voor da gedachtenis van deezen bedrieger. Hy was een Chinees van geboorte, en is een der vermaardfte en ge» leerdfte mannen geweest, die immer in het Oosten heb. ben geleeraart» Hy liet een groote menigte leerlingen na; die om aan de leugenachtige wonderfpreuken van hunnen meester geloof by te zetten r het volk in waan bracht, dat Lanthu op eene Wonderdaadige wyze was gebooren; hy was naamentlyk van zyne moe> der ontvangen, zonder dat zy haare maagdom verloor, en zy hadt hem 70 jaaren in haaren buik gedraa.gen. Hy leeraarde onder anderenT dat 's menfchen

9, Afrikaanfche Lantana, Lantana Africana. Lantana, met overhoeKfe ongedeelde Bladen, de Bloemen enkeld. Lantana Foliis alternis fesfilibus , Floribus folitariis. Linn. Hort. Clijfort- 320. Roy. Lugdbat. 290. jfasminum Africanum Jllcis folio . Flore folitario ex Alisfolie? rum proveniente. Comm. Rar. 6. T. 6.

Onder de naam van Afrikaanfche Jasmyn, met enkelde Bloemen', die uit de Oxels der Bladen voortkomen, is deeze door Commelyn in Plaat vertoond', als eender zeldzaamffe Gewasfen van den Amfteldamfcben Kruidhof, welke zich aldaar nog bevindt.. Zyn Ed. merkte aan, dat dezelve dikwils eens menfchen hoogte evertreft, hebbende een ruuwe Steng, die zich in

ziel en lighaam in den Hemel eindefboze vermaaken

zullen genieten. Het gene hem in 't byzonder de genegenheid van het volk trok, was, dat hy de ryken aanmaande om gasthuizen te dichten, ten einde de behoeftigen daar in te onderhouden. LAPHOORENS , zie VLEUGELHOORENS n,

LAPIS LYDIUS, zie LEYSTEEN n. r. LAPIS SPONGI.S, zie CELLEPOREN n. 2. LAPLANDSCHE STEEN, zieROTSSTEENEN

n. 3-

LAPPA, zie KLISSEN n. r. LAPPÉNBLOEM in het Latyn Hypecoum, is d& naam van een Planten-Geflacht, onder de Klasfe der Tetrandria of Vïermannige Kruiden gerangfehikt. De Kenmerken zyn, dat de Kelk tweebladig is; 't ge* tal der Bloemblaadjes vier, waar van de twee buitenften breeder en in drieën gedeeld; de Vrugt een Haauw. Men vindt diie foorten van dit Geflacht opgetekend , als volgt.

r, Krompeulige Lappenbloem: Hypecoum procümbens» Lappenbl'oem, met kromme, platte, gewrichteHaauwt» jes. Hypecoum filiquis arcuatis, compresjis, articulatki Linn, Syst. Nat. XII. Gen. 171. p. 130". Veg. XIII. 'pi 140. Hort. Upf. 3r. C. Bauh. Pin. 172. Linn, Hort* Clijfort. 38. Dodon. Pempt. 449. Roy. Lugdbat. 40z» Gouan. Monfp.74. Ger. Prov. 371. Garid. Aix. 238V Clus. Hifp. p. 407. Hypecoum latiore folio, Töurnf,Infi. 230, Cuminum fylvest. alt. füiquofum. Lob. Icoxti744-

Onder den naam van Hypecoum, welken Dio'CORlr des voor een Kruid gebruikt heeft, komt deeze by de laatere Schryvers voor. Het was een Kruid dat op de Akkers groeide> tusfehen't Koon; , roet BTa:.

des