is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIGHAAMSBEWEEGING.

LIGHAAMSBEWEEGING. 477!

fchen, die den gantfcben dag op gemakkelyke ftoeïen zitten en alle nagten diep in zagte donsbedden nederzinken, de verzwakking ontgaan ? En zy zyn 'er niet beter aan, die nimmer een voet buiten huis zet. ten maar altoos een koets of een draagftoel gebruiken Deeze fraaije uitvindingen der weelde zyn zo gemeen geworden, dat de inwoonders van groote fteden in gevaar fchynen om gansch en al het gebruik hunner beenen te zullen verliezen. Het is nu beneden den rang van iemant, wiens vermogen het toelaat om zich van deeze kunstmiddelen te bedienen , te wandelen. Hoe belachgelyk eene vertooning moet het maaken in de oogen eens vreemdelings, onkun dig van de hedendaagfche weelde, als hy zietdat jonge en gezonde lieden flingeren in de draagftoelen, of dat logge en zwaarlyvige lieden, vol ongemakken uit werkloosheid gebooren, zich door paarden, door de ftraaten, laaten trekken.

Klierverftoppingen, thands zo algemeen, ontltaan doorgaande uit mangel aan beweeging; en zyn de •hardnekkigfte aller kwaaien. Zo lang de Lever, de Nieren enz. naar behooren hunne werkingen verrichten, lydt de gezondheid zelden last; doch als deeze zulks nalaaten, kan 'er geene gezondheid weezen. Lighaamsbeweeging is bykans het eenige geneesmiddel 't welk wy tegen Klierverftoppingen weeten: 't is waar men kan dezelve niet als een onfeilbaar middel aanpryzen; maar men heeft gronds genoeg om te gelooven dat het zeldzaam zou misfen indien het by tyds wêr-dt aangewend. Dit gaat althands vast, dat onder menfchen, die genoegzaame Lighaamsbeweeging ■maaken, de ongemakken in de klieren weinig bekend zyn: terwyl de vadzigen en werkloozen 'er veel al 'onder zugten.

Zwakke zenuwen zyn de beftendige gezellinnen van "werkloosheid. Niet dan Lighaamsbeweeging en de o■pen lucht kan de zenuwen verfterken, of de eindefooze reeks van kwaaien, uit de verflapping deezer

deeien oirfpronglyk, voorkomen. Zeer zelden

hoort men den werkzaamen arbeider over ongemakken in de zenuwen klaagen, zy zyn het deel van de Zoonen des gemaks en des overvloeds. Veelen zyn volkomen geneezen van deeze ongefteldheden, door uit een ftaat van overvloed in de noodzaaklykheid gebracht te zyn, om voor het dagelyks onderhoudt te arbeiden. Dit wyst middagklaar aan, uit welke bronnen de zenuwkwaaien voortvloeijen, en door welke middelen men die kan ftoppen.

Het is volftrekt onmooglyk de voordeelen der gewondheid te genieten, als 'er geene behoorlyke uitwaasfeming plaats heeft, en deeze kan geen plaats "hebben, wanneer men de Lighaamsbeweeging verwaarloost. Als de ftofte, welke door de uitwaasfeming most uitgeworpen worden , in het lighaam blyft, bederft zy de vogten, en veroirzaakt jicht, koortzen, iheumatismus enz. Ligkamnsbeweeging alleen zou vee le van dêeze kwaaien, die ongeneeslyk zyn, voorkomen, en andere, tegen welke de Geneeskunde geen jaad weet, afweeren.

Zeker Schryver zegt, in zyneuitfteekende Verhandeling over de gezondheid, dat zwakke en ziekelyke *ear?hea de Lighaamsbeweeging tot een deel van hunnen Godsdienst moeten maaken.. Wy pryaHB dezelve sist alleen, den zwakken en zieKelynen aan* maar al¬

len wier beroep geene genoegzaame Lighaamsbeweeging mede brengt, als die een zittend handwerk by de hand hebben, Winkeliers, Letter-Oeffenaars enz. De zodaanigen moeten de Lighaams-ocffeningen zo geregeld neemen als voedzel, en het zou over 't algemeen kunnen gefchieden zonder eenige ftoorenis van hunne bezigheden, of wezenlyk tydverlies.

Geene werkeloosheid doet meer nadeels aan de ge. zondbeid, dan de thands heerfchende gewoonte, om 's morgens zeer lang te bedde te liggen. Dit is in groote fteden een doorgaand gebruik : men ftaat 'er zelden op, voor agt of negen uuren; doch de morgenftond is ongetwyffeld de beste tyd tot Lighaamsbeweeging, terwyl de Maag ledig en het lighaam door den flaap verfrischt is. Daarenboven verfterkt de morgenlucht de zenuwen, en beantwoordt eenigermaate aan het oogmerk van het koude Bad. Laat iemant, die het voor eene gewoonte gehad heeft tot agt of negen uuren te bedde te liggen, te zes of zeven uuren opftaan, en een paar uuren met wandelen , ryden , of eenige andere beweeger.de bezigheid in de open lucht doorbrengen, hy zal zich den geheelen dag lustig bevinden, zyn honger opgewakkerd en zyn lighaam verfterkt. De gewoonte maakt hec vroeg opftaan fchielyk aangenaam, en niets is bevorderlyker voor de gezondheid.

De werkloozen klaagen fteeds over maagpynen, ongemakkelyke fpysverteering enz. Deeze ongemakken, die weder andere medeileepen, kunnen door geene geneesmiddelen herfteld worden; fterke beweeging kan hier alleen baaten, en het mist zelden of deeze helpt.

Men moet, zoveel mooglyk is, de L'ghaamsbeweeging in de open lucht neemen. En wanneer dit niet Kan gefchieden, is men genoodzaakt iets in huis by de hand te neemen, als de ftomme klok,- het dansfen, fchermen enz. Het is niet noodig zich tot eene foort van Lighaams-oeffening te bepaalen, maar best by beurten af te wisfelen, en het langst zich te houden aan die, welke het meest toebrengt om fterkte aars onze gefteltenis te geeven.

Het is zeer te bejammeren, dat werkzaame en mar* lyke vermaaken thands zo weinig in zwanggaan. Uififpanningen doen de menfchen meer Lighaamsoeffening neemen dan zy anderzints zouden doen, en zyn dus van den treffelykften dienst voor hun, die zich niet in de noodzaaklykheid bevinden om voer dagelykfchen nooddruft te arbeiden. Naar maate de werk» zaame vermaakneemingen uit het gebruik raaken, fchynen die van eenen ftilzittenden aart de overhand t& neemen: en deeze laatsgemelde doen geenen anderen dienst dan dat zy den tyd korten; in ftede van den geest fe verleevendigen, vorderen zy dikwils meerdenkens dan weezenlyke bezigheid. Alles wat ftrekt om d© menfchen te doen ftil zitten, moet, indien het niet noodzaaklyk in iemands beroep tepasfekomt, ver. myd worden.

De uitfpanningen, welke de beste Lighaamsbewet* ging verfchaffen, zynjaagen, fchieten, kaatzen, kolven enz. Door dezelve worden de leden geoeffend;,, zy bevorderen 4e uitwaasfeming en andere affcbeidingen} zy verfterken de longen en geeven vastheid en ■vlugheid aan 't geheele Lighaam.

Menfchen , wier waftandighedea het mede brengen-,