Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao Tafereel van Natuur en Konst. om te fwyffelen of het niet oorfpronglyk tot de mineraalen behoort, en eene foort van lym zy, die in het eerst vloeibaar is, genoegzaam even als de naphtha, of de deen-olie, maar d.e verhard en in haaren tegenwoordigen ftaat gebragt word door een mineraalagtig acidum, het welk de natuur heeft van den geest van zwavel of olie van vitriool, wordende beide deeze doffen in overvloed in de aarde gevonden ; en uit derzelver famenmenginge door konst krygt men een Iigchaam, het welk veel overeenkomst heeft met den . oorfpronglyken amber of barnfleen. Deeze delfdof is van een fyn, eenpaarig, en regel«aatig famenweeffel, zeer ligt en egterzwaar genoeg om in water te zinken. De oppervlakte is natuurlyk ruuw, geeft gewreven

zyn-

ouden natuurbefchomver is door veelen der heden. daagffchen naargevolgd; en fommigen hunner Rellen nogrenhuidigen dage dat de amber de gom is van het een of ander gewas. Anderen hebben denzelven befchouwd als famengeftolde rraanen van vogelen: anderen weder als de pis van eenig dier. Doch wy maaken geene zwaarigheid om ons by hun te voegen, die bet barnfleen tot de mineraalen brengen . en uit dien hoofde ipreeken wy 'er van onder de DelffiofTen.

Sluiten