is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57*4 QUAKERS,

fce natuur aannam, maar flaan op dien Inwendigen Christus, wiens werkingen, door de heilige Gafchiedfchryvers, op eenê figuuriyke en verbloemde wyze worden voorgefteld. Dit gevoelen, indien wy ©p de voldoendfte getuigenisfen mogen ftaat maaken, is zo verre van onder hun niet langer plaats te grypen, dat het nog opentlyk beleeden wordt door de

Amerikaanfche Quakers. Die in Europa woonen

verfchillen, ofcloor overtuiging van het tegendeel, of dooi vreeze wederhouden, van openlyk voor hun gevoelen uit te komen, ten deezen aanziene gansch en al van hunne Broederen in de nieuwe werelt; zy ftellen „ dat de Godlyke wysheid of rede huisveste in den Zoon van de Maagd Maria, en haare leeringen, door zynen dienst, den menschdomme me" dedeelde." Ook belyden zy te geloovsn: ,, dat „ deeze Godlyke Mensch alles weezenlyk deedt en leedt, 't geen de Heilige Schryvers van hem verhaaien." —— 't Is des niet tegenftaande zeker, dat zy zich zeer dubbelzinnig'uitdrukken over veele byzonderheden van de gefchiedenis onzes Godlyken Zaligmaakers: en in 't byzonder zyn hunne begrippen, wegens de vrugten zyns Lydens en de kragt zyns Doods, zo onbepaald, en duister, dat het zeer bezwaarlyk valle zulks uit te vorfchen, wat zy ei-

genlyk desaangaande gevoelen. Wyders moe-

ten wy hier opmerken , dat de Europifche Quakers, fchoon zy de weezenlykheid van het leeven, ue werken, en het lyden van Christus erkennen, nogthands niet geheel en al de verbloemde verklaaring van de gefchiedenis van onzesHeüands, hierboven vermeld , verwerpen : want zy merken het geen Christus, in den loop zyner bedieninge hier op aarde, is overgekomen, aan, als tekens en zinfchetzen van die toneelen , welke de gemoedlyke Christus moet betreeden om ons deelgenooten dereeuwige Zaligheid te doen worden. Hier om fpreeken zy met hoogklinkende en zwellende woorden, gelyk hunne voorgangers de Myjliken doen, van de Geboorte, het Leeven, het Lyden, den Dood en de Opftanding van Christus, in de harten der Geloovigen.

De tucht, eerdienst, en handelwyze der Quakers. komen voort uit de zelvde bron, uit welue, gelyk wy reeds hebben opgemerst, hunne leeringen en begrippen onmiddelyk voortvloeijen. Zy vergaderen tot het handhaven van den Godsdienst op dezelvde dagen, die in alle andere Christen Kerken tot den ©penbaaren eerdienst gefchikt zyn:.doch zy onderhouden geen feesten, noch maaken gebruik van uitwendige plechtigheden, noch dulden, dat de Godsdienst, welke, huns achtens, geheel en al beftaat in den gemoedlyken dienst van den verborgen Cbris, tus, door eenige ftellige geboden bepaald en beperkt ■worde. >—— Alle de leden der Gemeenfchappe, wannen en vrouwen, hebben 't zelvde recht, om, in de openbaare byéénkomften, te leeraaren en te vermanen: want wie zal, zeggen zy, zich durven vessmeettins, zodaanige perfoonen, in welke Christus woont, sn door welke hy fpreekt, de vryheid te beaeemen om voor de Broederen het woord te doen? —— Zy verwerpen het gebruik der gebeden, lofzangen en verfcheiden andere uitwendige snarktekenens van openbaare- Godsdienstoeffëning in andere Christen Keito sehr^iïelyk j, tueï dgm. be*

QUAKERS.

toonen zy beftaanbaar met zich zeiven te handelen: dit immers is een onmiddelyk gevolg van hun ftelzel : want, huns oirdeels, kan hy,. die zyne begeerten in eene zekere geregelde orde, of volgens eenig opftel, voordraagt, niet gezegd worden waarlyk te bidden.; maar hy alleen, die, door diep gepeins, zyne ziel van alle uitwendige voorwerpen aftrekt, dezelve in een ftaat van volmaakte rust brengt, alle driften en begeerlykheden doet zwygen, en zich, als 't ware, dompelt in den afgrond der Godheid. De in¬

stelling des Waterdoops onderhouden zy niet, noch ook vernieuwen zy de gedachtenis van Christus dood en der heilvrugten daar door verworven, in de viaringe des Avondmaals. Zy zien deeze twee inftellingen aan als louter Joodsch, en beweeren, dat onze Zaligmaakiger dezelve tot geen ander einde waarnam, dan om voor ééns, op eene zichtbaare wyze, te toonen de verborgene zuivering der ziele, onder het zinnebeeld van den Doop; en het geestelyk voedzel van den inwendigen.mensch, onder dat van het AvondDe zedeleer der Quakers, aanmerkelyk van wegens derzelver overmaatigè geftrengheid, wordt begreepen

onder de twee volgende voorfchriften. Voor

eert: „ Dat de geloovigen of volftrekt alle dingen „ moeten vermyden, die ftrekken om de zinnen te „ ftreelen en de hartstochten te voldoen, met één „ woord, alles wat den naam van zinnelyk of lighaamlyk vermaak kan draagen: of, indien eene zo „ ftrikte onthouding onmooglyk is, in deezen tegenwoordigen ftaat,. en ftrydig tegen de duidelyke wet" ten der natuure,. moet dit vermaak dus gemaatigd ), en bepaald worden door- rede en oefpiegeling, dac ', daar door het gemoed geen binder of nadeel lyde^ want daar 't zelve al zyn aandacht moet vestiger., om de ftem van den inwendigen leidsman te hooren ' en zyne lesfen op te volgen, zo heeft men alle 'V mooglyke zorge te draagen om de ziel van alle befmetting des lighaams, en van al!enauwe.en heb„ belyke gemeenfchap met ligbaamlyke: voorwerpen, , vry te houden," —— De tweede hoofdregel van de zedekunde der Quakers, verbiedt: „ alle navolging van „ die uiterlyküfgewoonten, die onder den naam van „ beleefdheid en befchaafdheid bekend zyn, . dien*„ volgens wraakenzyook, als volftrekt ongeoirioofd, \, verfcheiden aangenomen en vastgeftelds gebruiken ,, in de doorgaande verkeering- en de menschlyke fa„ menleeving." > Hier door kunnen zy zeer gemakkelyk onderkend worden van alle andere aanhangen onder de Christenen. Zy groeten niemant die hun op den weg ontmoet, noch gebruiken, in hunne verkeering, de gewoone wyze van aanfpreeken en benoemendie de burgerlyke beleefdheid en 's landigebruik tot een ftuk-van welvoeglykheid, zo tot geen ituk van plicht,.gemaakt hebben: zy betoonen hunnen eerbied voor de Overheid, of perfoonen met macht bekleed,, nimmer door Hghaamsbuigingen, eertytels, of, in *t algemeendoor- eenige dier tekens van eerbiedenisfe,.b.y alle andere menfchen in zwang. Zy brengen hunne vreedzaarne beginaels zo verre, dat ze hat recht van selvvcrdeediging afftaan, en de aanvallen op hunne bezittingen, 3ere,.ja,wp hun leeven gedaan, niet wreeken en zelv' geen weuerftand bieden, Z% weigeren, hun getuigen!- door. iête te

fee*