Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RHUS.

De Heer Kalm noemt deeze foort een Heefter of

Boom, welke in Penfylvaniën zeer overvloedig groeit. Afgefneeden of afgekapt zynde, zegt hy, loopt 'er een bruingeel fap uit, het welk zo fterke indrukzels naakt op linnen of papier, dat men de zwarte vlakken of merktekens daar van niet weder uit kan wisfchen. Ten opzicht van de behandeling heeft het de zeivde hoedaanigheid als de eerstgemelde foort: des hy dit Gewas ook eenen Vergiftigen of Giftboom noemt.

9. Vergiftboom. Rhus toxicodendron. Sumack, met drievoudige Bladen, die gefteeld, hoefeigzynen wollig, met wortelende Ranken. Rhus Foliis ternatis, Foliolis petiolatis angulatis pubescentibus, Caule radkante. Linn. Syst. Nat, XII. Rhus Foliis ternatis, &c. Gron. Virg. 149. Toxicodendron triphyllum, Folio finuato pisImscente. Tournf. Inft. 611 Vitis Canadenjis. Munt. Phytogr. T. 60. Edera trifolia Canadenjis. Corn. Canad. T. 97. Barr. Icon. 228. Arbor trifolia venenata VirgU niana, Foliis hirjutis. Raj. Hist. 1799.

Uit den griekfchen bynaam, die eigentlyk Vergift' boom betekend, zou men befluiten mogen, dat deeze foort de vergiftigde in dit Geflacht ware. Hy wordt by Ray ook voorgefteld onder den naam van Driebladige Virginifche Vergiftige Boom, met ruige Bladen, weike van de Virginifche driebladige Wyngaard alleen» lyk door de ruigte der Biaden en de roodheid, zo van de Steelen als van de Ribben en Aderen der Bladen, zou verfchillen. Munting fchryft aan zynen Wyngaard van Kanada ook geene vergiftige eigenfchappen toe, en de Driebladige Kanadafche Klimop van Bornutus zou de gladde, niet de ruige of wollige Toxicodendron van Tournefort zyn.

Deeze is eigentlyk de Driebladige Rhus, met de Bladen gefteeld, fpits ovaal en wollig ruig, nu ge. heel, nu uitgegulpt, van den Heer Gbonovius, die door Claytoh was voorgefteld, onder den naam van Klimmende Vergijtboom, met drie hangende omgeboogen Bladen aan één Steeltje; waar van getuigd wordt, dat dezelve een melkachtig Sap laat druipen, het welke aanftonds een zwarte kleur krygt door de aandoening van de lucht. Vergiftige dampen waasfemen, ' zegt hy, uit alle de gekneusde deelen van deezen Boom, die jeukerige puisten, zwelling en pyn in 't lighaam veroirzaaken. Deeze, zo wel als de naast, voorgaande en de eerst befchreevene foort, zouden, volgens Miller, tweehuizig zyn; dat is, Bloem-en Vrugtdraagende op byzondere Stammen.

10. Rhus Cominia. Sumack, met drievoudige Bladen, die gefteeld, ovaal, zeer wyd getand en van onderen wollig zyn. Rhus Foliis ternatis, Foliolis ovatis remotisjïme ferratis, fubtus tumentojts. Linn, Amcen. Acad. Vp. 395. Cominia arborea Brown. Jam. 205. Baccifera Indica trifolio. Sloan. Jam. 170. Hist. II. p. 100. T. 208. ƒ. 1. Raj. Hist. 1593. Malago-Maram, Hort. Mal. V. p. 49- T. 25. Burm. Fl. Ind. p. 75.

De bynaam is van Browne afkomdig, door wien een Boomachtige Cominia voorgefteld wordt, met ge» golfde drievoudig gevinde Bladen en zeer kleine Bloemen , de trosfen aan 't end der Takken. Dit onderfcheidt deeze foort, niet alleen, van de voorgaande; maar het is ook een hooge Boom , die een dikken Stam heeft, beftaande uit een geelachtig wit hout, zo wel in Oost- als in Westindiën groeijende, en aan de Kust van Malabar, Malago-Maram genoemd word inde. Des-

RHUS. 5799

zelvs bloefem beftaat uit een menigte van kleine Bloempjes, die op lange Steeltjes zitten. Hy draagt ronde, eerst zwartachtig, dan witachtig groene Besfen, met één korrel, zoet van vleesch.

11. Ceylonfche Rhus. Rhus Cobbée. Sumack, met drievoudige Biaden, die fpits ovaal en zaagswyze getand zyn; de Bloemfteeltjes wollig. RhUs Foliis ternatis, Foliis ovatis acuminatis ferratis, Pedunculis tomentofis. Linn. Syst. Nat, XII. Veg. XIII. Rhus trifoiiatce Frutex £fc. Pet. Muf. 678. Raj. Dendr, 58. Kobblce. Fl. Zeyl. 441.

Op 't eiland Ceylon, alwaar deeze groeit, fchynt zy Cohbée genoemd te worden. De Bloemen komen aairswyze of als katten voort, en de Besfen zyn zwart, volgens Hermannus. De Bladen zyn drie. of vyfvoudig, fpits ovaal, zaagswyze getand en taamelyk groot, de Bloemen zeer klein en menigvuldig.

12. Wollige Rhus. Rhus tomentofum. Sumack, met drievoudige Bladen, die eenigermaate gelteeid, ruitachtig gehoekt en van onderen wollig zyn. Rhus Foliis ternatis fubpetiolatis, rhombeis angulatis , fubtus tomentofis. Linn. Hort. Cliff. in. Vir. Cliff. 25. Royen Lugdbat. 244. Rhus Africanum trifoliatum majus, Foliis ohtufis £f incifis, hirfutis pubefctntibus. Pluk. Alm. 319. T. 219. ƒ. 6. Vitex trifolia minor Indica f errata. Comm. Hort. I. p. 179. T. 92.

13. Smalbladige Rhus. Rhus anguftifolium. Sumack; met drievoudige gefteelde, fmal lancetvormige effenrandige, van onderen wollige Bladen. Rhus Foliis ternatis Foliolis petiolatis, lineari-lanceolatis, integerrimis, fubtus tomentofis. Linn. Hort. Cliff. in'. Roy. Lugdb. 244. Rhus Afrit, trifol. majus £fc. Pluk. Alm. 319. T. 219. ƒ. 6. Rhus fruticofum, Fol. trifidis linearibus acuminatis. Burm. Afr. 251. T. 91. ƒ. 1.

Deeze zo wel als de voorige, aan de Kaap groeijende, verfchilt door de fmalheid haarer Bladen groo-j telyks; alzo dezelven naar Rosmaryn-Bladen gelyken , en dus de Bloem- en Vrugtmaaking alleen het Gewas tot dit Geflacht betrekt. Het zelve groeit op fteenachtige plaatzen aan de Kaap, twee voeten hoog, en draagt groene welriekende Bloempjes.

14. Gladde Rhus. Rhus lavigatum. Sumack, met drievoudige Bladen, die ongedeeld, lancetvormig en glad zyn. Rhus Foliis ternatis Foliolis fesfilibus lanceolatis Icevibus. Linn. Sp. Plant. App. 1Ó72.

Deeze insgelyks, zo wel als ook de volgende, een Kaapfch Gewas, verfchilt daar van weinig, dan door de figuur der Bladen, en dat het de Bloempjes aan een zeer lange dunne Aair heeft.

15. Glimmende Rhus. Rhus lucidum. Sumack, met drievoudige Bladen, die ongedeeld, wigvormig en glad zyn. Rhus Foliis ternatis Foliolis fesfilibus cuneiformibus Itevibus. Linn. Vir. Cliff. 25. Hort. Cliff. 111. Hort. Upf. 68. Royen Lugdbat. 243. Rhus Afr. trifol. minus glabrum. Pluk. Alm. 319. 71 219. ƒ. 9. Rhus arboreum trifol. latifol. Burm. Afr. 252. T. 91. ƒ. 2. Vitex trifolia minor Indica rotundifolia. Comm. Hort. I. p. 181, ƒ.93.

Deeze is onder den naam van Breed-driebladige hoornachtige Sumack, onder de Afrikaamche Planten, door den tioogleeraar j. Burmannus afgebeeld, omtrent welke zyn Ed. van de gedachte verfcheidenheden , waar van men 'er wel tien in de Hortus Medicus te

Am*

Sluiten