Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 239 )

op den weg agt gaf. Eenigen hebben uiit het gedrag van cato beflooten, dat zyne beftendigheid niets anders was , dan eene groote eergierigheid, en dathy, in dit op«' zigt, Fompe/us en Cafar nog hebbe overtroffen. Ik verfhout my niet, zulk een oordeel over hem te vellen. Want, daar szyn ganlche leevenswyze toont, dat hy enkel en alleen de vryheid en het welzyn zynes Vaderlands in het oog hieldt, en daarom rust» eer en leeven opofferde, zo wil ik deze ftandvastigheid liever eene aangebooren oprechtheid en deugd noemen, welke uitfteekende gevolgen zou hebben voortgebragt, indien hy op eenen anderen tyd&hadtgeleeft, of deze deugd, by zo netelige en gevaarlyke omftandigheden, met eene grootere omzigtigheid werkflellig was gemaakt. Maar, nu hy in het minst niet fchikken, noch voor den heftigen ftorm wilde zwigten, zo moest hy met zyn Vaderland, noodwendig, deswegen te gronde gaan. Een kwaad affecT; kan , menigmaal, door een verftandige inrigting , nut doen, en eene drift, van natuure goed en loflyk, kan door onbedagtheid nadeel en bederf veröorzaaken. Hadt cato in de eerfte tyden van 'r Gemeenebest gekeft; dan zou men hebben kunnen gelooven, dat de Natuur dezen man tot een werktuig- hadt gemaakt, om

den

Sluiten