Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3L1NGERB0ON.

r.Ax,vir««fo. Ï*B& nwtag. tuEerq/d fladitf. Puft.

*'Se» heeft Wortels als Raapen, welke gekookt in Sn gegeeten worden; doch het is een Aegte kost De Chineezen konfytenze droog met Jmktr,. en dan is het een aangenaame verfnapenng. Zy word onder de foorten van Cacara geteld en1 maak Ten gewas als andere Slingerboonen. Op ^faine » het zelve, nu ruim een eeuw geleeden, ui dePfar!L„& If anrfsn overgebracht. Die van t eiland Ne* Ttorf 'er doorde§ Engelfchen *fa ge. noemd, zo Plukenet meldt; dat s de K^-Boom.

IS. DridbwtWg* Sö^rfao* Dolichos g»*™- £g£ »rKoan met de Zyd-Bladen uitwaards, het middelfte gerboon, »?« ws *y •«/.•wh,. Foliolis laterali-

°Km veertig jaar geleeden was deeze foortin de aitfbrt/e Ttti» uit Amerikaansch Zaad geteeld» doch niet tot volwasfenheid gekomen, zo Lwmiüs aanteekent.. Zyn Ed. hadt evenwel gelegenheid om daar uit op te merken, dat de zydbladen aan de b.nr" kant volkomen ongekwabd waren, niet driekwabbï gelyk in die van Madras by Plukenet. Van dezê heeft zyn Ed. vervolgens een foort gemaakt in hetGeflacht der Kruipboonen, en daar toe dat Plantje L rSn, welk de Heer N. L. Burmannus , onaer dm naai van Dolichos trilobus, in Plaat hadl voorge-

Mit Gebaard* Slingerloon. Dolichos ariftatus. Slinger toon met tweebloemige Oxelfteeltjes, Un.aale famengedrukte Haauwen en een regt Baardje aan t end.

29t8 Paarfche Slingerloon. Dolkhos purpureus. SU» r-L met een gladde Steng, de Bladfteelen ruig. ffbt g.'de vSgeTs der Bloem uitgebreid Dolichos Zhcbilis Caule glabro, Petiolis pubeszenUlus &c. Burm.

B'ïtReVehnaatige Slingerboon. Dolichos regularis. SllnJhoon, met eyfonde^ftompe Bladen, vee bloem.ge steelties en gelyke Bloemblaadjes in grootte en fi. guurf Boiïhos iubilisFoliis,. ovatis obtufs cjc Gron.

^De^wee'eerften van deeze komen in teWestindiën, de derde in de beide Indiën, en de vierde wVirgmien TOor; welke laatfte lange gezwollen Aairen heeft.

20. Houtige Slingerloon. Dolichos ngnofus. SlingerSM„ met een blyvende Steng, gefteelde HoofdjesBloemen en geftrekte liniaale. Haauwen. Dolichos CauTZennl, Pedunculis capitatis g>« Dolkhos Caule ÏÏZKShi- Linn. Hort. hiffi, 360. T 20 Phafeolus ïn& terennis. Eichb. Carol. 36. Cacara f. Phafeolus peZnk. Rumph. Amb. V. ^ 37»- T. 136. Burm. Fl. Ind.

^Deeze die overblyvende houtige Ranken heeft, ü een Gewas gelyfc.de andere .klimmende Boonen»

SLINGER3COI7.

dat niet alleen in Oostindiën, maar ook aan de. Rasp der Goede Hope groeit. De Heer Houttuyn heeft hec van daar ontvangen als ook van Java, alwaar men het Cacara noemt, een maleitsch woord, dat eigent* lyk Boonen beteekent, gemeenlyk Karkarren. Het wordt aldaar zeer veel over prieelen van latwerk ge* legd; waar door men 'er in de eerfte plaats den lommer van heeft, ten anderen de fierlykheid der Bloemen, die paarschachtig zyn en aan trosfen voortkc-, men, lang van duuring: ten derden de Haauwen, die van grootte als een vinger zyn en meestal groenoegeeten worden als Erwtepeulen. Ryp gewordenzyn ze bruin en bevatten drie of vier rolronde Boonen van tweederleije kleur: naamelyk zwart met wlty te of geel met zwarte flippen en plekjes. Men vindt 'er ook witte, doch die maaken een andere foort uit». In Anerika groeit het ook en wordt van fommiger* Zevenjaars-Beonen genoemd, als zeven jaaren achtereen bloeijende en vrugtdraagende. Men heeft 'er altoos Bloem en Vrugt aan, zo ryp als groen, zegt Rochefort, aanmerkende dat dit Gewas zich over Boomen, Rotfen,. en waar het by kan komenv uitbreidt, maakende een wonderlyke verwarring,- Op Ambon, zegt Rumphiüs, duurt het niet meer dan vier of vyf jaaren, en is zeer gekweld met fMnkende Boomluizen, wanneer men het niet fnoeit of zuivert.

SU. Veelbloemige Slingerbeen. Dolichos Polyjïzchyos* Slingerboon, met een blyvende Steng en zeer lange Aairen die dubbelde Bloemfteeltjes hebben; de Haauwen gefpitst en famengedrukt. Dolichos volubilis: Caule perenni, Spicis longisfmis, Pedicellis geminis tjfu gron. Virg. p, 106.

In Virginiën was deeze foort waargenomen, welk©Haauwen als Erwtepeulen draagt volgens Claytont,»u-i„o« rhinfebhe. vooraemeld. en verfchei¬

de anderen, kwam den Heer Forskaoiil ook deezev foort van Slingerboonen in Arabiën voor: ten minftsn befchryft hy, onder dien naam, een Gewas by de Arabieren Sjef genaamd, waar van de rype Boonen,, gegeeten wordende, buikzuiverend waren. Het zelve droeg Haauwen van een fpan lang, een duirn' breed en een vinger dik; dus aanmerkelyk grooter dan pezsgd is. Hy vondt 'ér eene met een hoornachtige °Steng, en eene heefterige, waar van de Boonen, paarsch van kleur, door de Karavaanen uit A> bysfmien medegebracht werden, dienende aan het gemeene vrouwvolk en kinderen, te Kairo, tot fieraad„ Voorts werdt in de velden van F.gypten een foort. geteeld met verfpreide Stengen, van anderhalven voer, op den grond leggende, daar men de groene Haau-> wen, gekookt, van at, met olie en azyn, even al» by ons de Princeste-Boontjes, zogenaamd. In de Oxel»badt dezelve zeer lange Steelen aan 't end getrost met Bloemen, en vervolgens met opftaande ronder Haauwen, een fpan lang. Dergelyke kwam-hem tv Lohaia in Arabiën voor, met windende Stengen. De-Chineefche groeiden aan de Slooten der akkeren by den Nyl, twee ellen hoog, met den Wortel m 't water. Forskaohl, Flor. Mgypt. Arob. p. i32_-

22. Japanfche Slingerboon.- Dolichos Soja. Slinger* loon, met een opftaande bogtige Steng , opgeregttr Oxel-Trosfen en hangende ftekelige byna tweezaadigsHaauwen. Dolkhes Caule mBo fiexwio (fa Mat. Med,

3^3»

Sluiten