Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

squillë;

te, mst een zeer lange Tros, de Bfoecen korter dan

het gekleurde Steeltje. Scilla Racemo longisjimo, Floribus peduncu'o colorato brevioribus. Gouan. Ornithogalum Etiophorum Oriëntale. Tournf. Inft Cor.

De vermaarde Tournefort heeft, in zyn Corollarium, geen gewag gemaakt van zulk een Ornithogalum; maar ftelt onder dien naam een foort in zyn Werk voor, tot welke hy de Woidraagende Bol van Clusius betrekt. Oriëntale. Inft p. 381. Ornithogalum Erioph*rum Bulbus Eriophorus Orientalis C.Bauh. Pin. 47. Bullus Eriophorus. Clus Hist. 172. J. Bauh. Hist.II. 62i. Op welke plaats de Heer Gouann van deeze, onder den opgegeeven naam, gefprooken hebbe, weet ik nier. Linnsus Iaat op het hier onder geplaatfte volger. » De Bloemen blaauw, menigvuldig in getal

en klein : de Steeltjes verfpreidt, draadachtig, n blaauw, driemaal zo lang als de Bloemen."

9. Herfstfche Squille. Scilla autumnalis. Squille-, met draadach'ige liniaale Bladen en getuilde Bloemen, de Steeitjes naakt, opfïygende, van langte als de Bloem, Scilla Foliis filiformibus linearibus, Floribus corymbojls &e. Gouan. Monfp. 174. Scilla Rid. folida, Foliis fetaceis £fc. Ger. Prov. 149. Guett. Stamp. 131. Dalib. Paris. 102. Hyacinthus flellaris autumnalis.- C. Bauh. Pin. 47. Clus. Hist, I. p. 18;. Hyacinthus autumnalis.- Los. Ic. 102.

Deeze wordt Herftfche Ster-Hyactnth getyteld, om dat zy in de nazomer bloeid. By kaap Lezard in Engeland vondt Ray dezelve overvloedig. Zy groeit ook omftreeksParyr en verder in Frankryk zuidwaards, als ook in Spanjen en Italiën, op zandige gronden. De Stengel is een handpalm hoog, rondachtig, de Bloempjes niet grooter dan een erwt, zonder Blikjes,

10. Eenbladige Squille. Scilla unifolia. Squille met een rondachtig Blad, op zyde eenigermaate geaaid. Scilla Folio teretiusculo, latere fubfpicato. Linn. Syst-Nat. Ornithogalum Spicatum unifolium, Flore niveo odorato. Grisl. Lujitan. Bulbus monophyllus Flore albo. j. Bauh. Hist. II. p- 622.

In Portugal was de groeiplaats van deeze byzondere foort, die ongemeen zeldzaam is. Clusius hadt een Bol daar van by een Franfchen Bloemkweeker, in 't voorfte der voorgaande eeuw, voor geld bekomen. Zy fchiet uit den Wortel een biesachtig Blad, vaneen voet langte, omlaag-fleufachtig • hol, en aldaar een Bloemfteel befluitende van ongevaar eenhandbreed langte, welke op den top drie witte Bloemen'draagt, naar de Plant naamelyk groot en zesbladig, met witte Meeldraadjes en een driehoekig Vrugtbeginzel. De Bol was" niet grooter dan een Hazelnoot, bruin, en gaf twee zodaanige Bladen uit, ie» der met een dergelyk zydelings Bloemtrosje.

Behalven de Herftfche Ster-Hyacinth betrekt de Heer N. L. BuaMANNus, onder de Kaapfche Planten, eene daar hy den naam van Kaapfche Squille aan geeftv Scilla Capenfts. Comm. Hort. Amft. II. T. 94. Dezelve was by den vermaarden Commelyn afgebeeld en befchreeven , als zich in de Amfteldamfche Kruidtuin bevindende. Die beeft de Plant, weliswaar, genoemd Afrikaanfche Squilla met een kleine groene^ Bloem tn een zeer groeten Bol: snaar alzo by meldt en vertoont, dat de Bloemen, die aara een Stengel van drie voeten een lange Aair uitmaskeo,' niet zesbladig, maar in zesfea gedeeld zyn: zo kan- die Plant saauwlyks tot

STAAREM. t*44

dit Geflacht behooren. De Bol was driemaal zo groot

als die der gewoone Squille, zegt Commelyn.

STAAL-WORM, zie HAZELWORM.

STAAR, zie GEZICHTZIEKTlilNS n. 12.

STAAREN of Staeren dat is Staroogen zegt de Heet Huydecoper, en beteekent zo veel als zien met onverdraait gezicht, gelyk Antonides fpreekt, Tftroonn bl, 109. of, met onvertrokken oogen, gelyk H. van Heydendael op de Gedichten van j. Revius : of, met onbevoegde oogen, gelyk Revius zelv' fchryfc , bl- 169. Materie der fonden MS. fol. 12. d. waert hi ghetoghen in den gheeste, en mit openen oghen ftaerde hi nu ter rechter zyden, nu ter luchter dat is ter linker zyden fijns bedden, dit verlecgde Staaren ontmoet men thands by veelen: ftaarende oogen, zegt Hoogvliet, Feetstd. bl4 197' Vondel, in Palamedes ASk. I. van Kalebas: .

" " — hy fpitze zijn verftant Op 't geen zijn ampt betreft; en kruipt fn 'rmgewtnt Der dieren-met zijn geest, en flaere op 's hemels lichten.

Tieleman van Bracht, in Sal, Hoogvlied II. Zm£ bl. 12.

Nu kijkt hy weer hef venfter uit,

En flaart, als in verwondring opgetoogen.

Uit liefde ontfteekene ([misfchien, onttteekende) oogen,

Na my, zijn tweede ziel, en Bruid.

Hoogvliet, in Abraham B, IX. bl. 204.

Des moeders lust en vreugt, op wien haar oojen jlaarsn.

C. Gys. Pi eot , op V. F. Plemps vertaaling van Ca»

brolius ontleeding:

Befonder, als ghy Jlaerdop hem, die heeft geflicht Het tuaakfel van uw fchim', en lit aen Jit verplicht,

en hier van ook Staaroogen. Hoogvliet, Feestd. 1% 230.

. flaaroogende op het beeldt

Van Cybele ■ ■ 11

SpIeghel, in den Hertfp. B. III. vs. 80.

Elk Jlaar.ooght nechtigh op- een voorgeftelde wondt

en vs. 283.

' te flaar-ogJien de Zon,' Kamphuizen', Sticht. Rymen bl. 58De mensch ■

Staar-oogd zoo ftip op 's Duyvels kramery.'

Doch beter, myns oirdeels, fchryft men met de Ou-* den, Starren of Sterren. A. Bijns, B. I. Reftr. XX\

< als ic hier wel nauwe op jlerre. Colijn van Ryssele, VI. Spel fél. rio.

JMün blofende wanghen zyn valnwe ende bleecj fijijn ooghen fiarren, 't herte is zoo vveec.

zo fchryft ook Huygens, Oogentroost bl. 268.

Sy hebben geen gelicht Me» onderen, fy fierren Gelladigh hemelwaerts: de laegbfte van de Stenen Dunckt haer niet hoogh genoegh 0111 by te willen ftaen.

En hier van dan ook Staroogen, het w-el* ik, op een T 3 zon-

Sluiten