is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ê22g STUIF-AARDEN.

meer dan vyfhonderd jaaren in deeze Nederlanden plaats gehad te hebben. Zie Degnerus, de Turfis. p. 165. Of mooglyk is het allereerfte gebruik geweest, de bovenfte Hey-Zooden af te fteeken, in de gedaante van plaggen, die men breede Turven noemt, 't welk in fommige deelen van onze Provinciën ook nog hedendaags gefchiedt. Een andere manier beftaat in het gebruik van de Dary of Derry, een veenachtige ftoffe, welke aan klompen op onze ftranden door de zee wordt opgefmeeten en van ouds by die van Zeeland inzonderheid, niet alleen om de hitte, maar ook en wel inzonderheid wegens het zout, dat zy uit de asfche haalden, gedolven, gedroogd en gebrand werdt. Men vondt ze aldaar menigvuldig, onder kley, in de buitendykfe fchorren; doch dit Derry-delven is, om de ftranden niet te benadeelen, voor driehonderd jaaren geheel afgefchaft. Zie Tegemv. Staat van Zeeland, I. D. bladz. 373, enz. Even zo werdt het wegfpitten der landen, na dat men egter reeds fchroomelyke plasfen gemaakt hadt, in Holland al voor twee eeuwen verbooden; ten zy men of de gemaakte graften weder vulde, en dus het land be. hield, of, door een kadyk daar om heen te leggen, en het water uit te maaien, drooge meiren maakte, van uitgeveend land. In 't algemeen moet men voor geld verlof tot het uitveenen bekomen van de Am. bachten of Heerlykheden, en dit verhoogt zeer den prys van de Hollandfche Turf.

De diepte, van tien, twaalf en meer voeten, tot welke de Veenbedding zich uitftrekte, gaf aanleiding tot het Veenbaggeren, eene manier, die thands de beste Turfi uitlevert. Want, door het affpitten van het bovenfte Veen, komt men wel haast aan water, dat het overige geheel week en onhandelbaar maakt. Dit, Flodder genaamd, wordt vervolgens, even als de modder uit onze graften, door een yzeren beugel, die een fchepnetje beftuurt, opgehaald, en, *t zy van den wal, of met fchuiten op het land gebracht, daar het zich zelve als een weeke modder egaal uitfpreidt, en vervolgens, byna opgedroogd zynde, met een fpade geftooken wordt tot Turven, van zulk een regelmaatige figuur, als wy dezelven gewoonlyk gebruiken.

Aangezien de Turfi een gewoone brandftof uitmaakt in onze Provinciën, en voornaamelyk maar valt in Overysfiel, Friesland, Holland en 'tSticht, zo zyn door derzelver Staaten ook byzondere Ordonnantiën gemaakt, omtrent de belasting, die betaald moet worden van de Turfi, w.elke uit de eene Provincie in de andere gevoerd wordt. Dit noemt men Ontgronding, en met reden, alzo de Grond dus weggevoerd wordt; 't welk door de menigte en aanhouding een aanmerkelyke vermindering der Weid- en Teel-Landen veroirzaakt. De uitvoer van onze Turven buitenslands, is door hunne Hoog Mogenden , uit aanmerking, van het aanbelang dier RraadftofFe, volftrekt verbooden.

In de Langefiraat, een landftreek aan de grenzen van Holland, bewesten 's Hertogenbosch, worden die beide manieren, zo 't fchynt, famengevoegd-. Zie de Verhand, over den Turf bom? in de Langefiraat, enz, Holl. Maatfch, XII. Deel, Berichten, bladz. 47. Na> het affteeken van de bovenkorst, die een zeer geringe Twf uitmaakt^ word? de Feenzdhrck t die door-

STUIF-AARDEN.

gaans één of anderhalven voet diep legt, met eeri fchop uitgegraven, en, na dat men tot water gekomen is. verder uiteebeugeld. Het een en anriRrn'

op 'tland geworpen, mengt men met een kromme fchop wel famen, tot een dikke bry, die ter dikte van ruim esn halven voet wordt gelyk gemaakt, en vervolgens, met zekere yzeren roede, tot op den grond verdeeld in riemen van zeven tot negen dui. men lang en omtrent zes duimen breed. Na dat deeze gedroogd zyn, worden ze opgenomen, aan luchtige hoopen geftapeid, die pieramidaal oploopen, welken men Vimmen noemt, dienende tot een maat om ze te verkoopen.

De Heer, die zulks verhaalt, meent aldaar duidelyk ondervonden te hebben, en zoude het zelve, volgens zyne berichten, in omtrent zeventig of tagtig jaaren wederom de uitgeveende Plas vullen met een dergelyke foort van Veen. Men graaft aldaar, zegt hy, niet meer, dan tot de diepte van omtrent, zeven voeten en minder. Zyn Ed. leidt den aangroey af van allerlei Waterplanten, in de uitgeveende plas» fen groeijende; zo dat dit op een en 't zelvde uitkomt als de oirfprong van het Veen voorgemeld, en tevens dienen kan tot bevestiging van het bericht van anderen, die vernaaien, dat het Veen by ons in vyftig jaaren éénen voet hoog groeije. Ten dien einde, egter, moet het Veen niet geheel uitgebaggerd zyn, tot op het daar onder leggende zand of kley. De reden kan zyn, of dat het zelve nog Zaaden van Planten in hebbe, of liever dat het een bekwaamer voedzel aan dezelven verfcbaffc, en dus een Moergrond worde voor het Veen, gelyk men daar van voorbeelden heeft in ons land. Zie Nat, Hist. van Holland, 11. D. I. Stuk, bladz. 91.

De meergemelde Heer Berkhey merkt aan dat Moer, Dary, Veen en Modder, meer in de benaaming dan in de daad verfchillen. De moergrond is het weeke, moerasfige beginzel van het Veen, en Modder beftaat uit eene vermenging van Veen met aard- en kleyachtige ftoffen, zand enz. Door Dary of Derry verftaat zyn Ed., als ik het wel begryp.. een veenachtige ftoffe, die byna altoos met aardharst of zwavel, en dikwils met zout bezwangerd is. Van zodaanig Veen, Peat in Engeland genaamd, heeft men onder anderen in Berkshire aanmerkelyke groeven, omtrent het vlek Newbury, in een valey leggende, daar de rivier Kennet midden doorloopt. Ter wederzyden vindt men de Dary, onder weidland van witachtige Aarde, be> dekkende eerst eene ftoffe, genaamd Cleb, die uit kley, een weinig aarde en eenig veen beftaat, van vier tot agttien duimen dik. Het rechte Veen of Dary legt van één tot agt voeten diepte onder de oppervlakte des gronds^ en maakt fomtyds een bedding van agt voeten dikte, waar onder grof zand. Het zelve is zichtbaarlyk famengefïeld uit hout, takkeu, twygen, bladen en wortels van boomen, met gras, ftroo en veelerlei Kruiden daar onder gemengd, zynde door geduurig in 't water te leggen zo zagt, dat raenze gemakkelyk met een fnade af kan fteeken. n«

kleur is zwartachtig bruin, zonder eenige gruizeligheid, die men vindt fn de Clob, welke ook tot brand, ftof dient voor den gemeenen man, of tot asch ge. brand, aan de Soeren verkogt wordt. De Dary wordt is ftukken, byna als onze lange Turvut, geftooken.

\