is toegevoegd aan uw favorieten.

Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [...]. Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STUIF-AARDEN.

STUIF-AARDEN, «As9

ken van fteen- en g!as-ovens worde gebezigd, want zy brandt fpoedig en geeft een goede hitte , doch kooien van belang moet men 'er niet van verwasten.

Het Veen zelv', dat uit verfcheide laagen, van byzondere hoedaanigheid en kleur beftaat, geeft onder het delven gelegenheid tot byzondere foorren van turf, de een beter dan de andere. Dit Turf delven, dat by ons nog op fommige plaatzen, daar het Veen hoog en droog legt, en altoos in 't begin der veenderyen gefchiedt, heeft hoofdzaakelyk plaats in Frankryk, dat aan de rivieren ook met veele Veenlanden is voorzien, gelyk in Champagne, van waar men de Turven, ja zelvs de Kooien, daarvan gebrand, in menigte te Parys te koop brengt. Zie het vertoog over de toeneeming van het Turfdelven in Frankryk, door den Heer Guettard. Uitgezogte Verhand. X. Deel, bladz. 205 enz. Dit kan men dan Delfturf noemen, en van dergelyken aart za! geweest zyn de Zandtutf, in aloude tyden hier te lande in gebruiK, welke uit da duinen gegraaven werdt. Nog heden graaft men, in de zuidelyke deelen van Tsland, by de ebbe, uit den oever Turf, die dus wezentlyk den naam van Strand, turf verdient.

Tot de huishouding wordt tegenwoordig, in Hol* land, byna niets gebruikt dan Bagger-Turf, op de voorgemelde manier gemaakt. De Turf uit Holland zelve, gelyk uit Rliyn- en Delfland, ja zelvs uit An[lelland, daar zo wel als in de Stichtfche Veenen, fterk gebaggerd wordt, heeft de voorkeur. Uit de noordelyke Provinciën evenwel, inzonderheid Overysfel, komt ook zeer goede Turf, die gemeenlyk den naam van Overzeefche voert, en dikwils voor Hollandfche gefleeten wordt. Zy is evenwel doorgaans rosachtiger, of minder zwart van kleur, en zo vast niet als de Turf uit de Hollandfche Veenen.

De beroemde Linnsus de Turfgraaveryen in de zuidelyke deelen van Sweeden befchryvende, merkt ten dien opzichte aan, dat Doe fcbaadelyk ook de afbran. ding der Landen voorgemeld zy, door *t bederf der bosfehen, niettemin het verbranden van het Veen nog ongelyk fchaadelyker is. „ In veele honderd jaaren „ (zegt hy) is de beste Aarde, met de verrotte Ge„ wasfen, van de akkers afgewaaid en weggefpoeld, „ en in het Veen als een kostbaare mesthoop ben waard, ten einde de nakomelingfchap zich daar 11 van bedienen mogte, om daar mede hunne uitge„ mergelde landen te mesten." Linn. ©efen. Slcije/ }>. 231- Die bedenking zou men op onze Gewetten ook mogen toepasfen, aangezien het Veen, met kley of ook met zand gemengd, eene zeer goede Teel-A-irde uitlevert. Men zal wel inbrengen, dat 'er buitendien genoegzaam gronds is, tot weid- en bouwlanden : maar de vermindering van het Bagger-Veen, dat den prys der Turf van jaar tot jaar verhoogen doet, geeft veel bedenken op een toekomftig gebrek, en dan zal men, voorts al Turf willende branden, ook andere Landen moeten aantasten. De aangroeijing van het zelve, die ontwyffelbaar is, heeft te langen tyd noodig. „ Een bosch kan twintigmaal eer op„ fchieten, (zegt Linnsos,) dan nieuw Veen, dat ,, zo goed zy als het oude is geweest." Bovendien is gedachte herftefling naauwlyks te verwagten op JBaggergronden, zo ontzacblyk diep, dat'er zodaanige

gedroogd en verder als Turf gebruikt. Daar komen veele ftammen van boomen, dennevrugten en nootedoppen, als ook hoorens en beenders van herten, flagtanden van zwynen, koppen van bevers en andere dingen van dien aart, in voor. Phil. Tranf. Vol. L. P. 1. for 1757, P- 109-

Dus blykt dat die ftoffe, welke men in Engeland gewoon is Peat te noemen, wezentlyk tot hec Veen behoort, en niet, gelyk da Costa wil, daar van afgezonderd moet worden. Zy fchynt door grofheid te verfchillen van de bitumineuze Dary, welke dikwils aan onze kusten komt aandryven, vertoonende, zo de Heer Berkhey verhaalt, fomtyds van binnen een houtachtig geweefzei. Nat. Hifl. van Holland, 11. D. 11, Stuk, bladz. 429. Voorts maakt hy ook gewag van eene bitumineuze zoete Dary, die binnenlands onder onze beddingen, voornaamelyk aan den duinkant gevonden wordt, en weinig van het Veen verfchilt; het welke, gelyk wy weeten, ook fomtyds zwavelige Turf uitlevert.

De bitumineuze foorten van Turf, die men in da Oosterfche Landen, als ook in Duitschland en elders op veele plaatzen graaft, en op de gebergten vindt, waar van zy Bergturf genoemd wordt en Pekturf, by laagen en beddingen van groote dikte en uitgeftrektheid, zo in Westphalen, in 't Gulikfche en Bergfche, als in de noordelyke en zuidelyke deelen van Europa voorkomende; door Linkjeus, als een foort van Aardkoolen, tot het Geflacht der Bergharften (Bitumina) betrokken zvnde, zullen wy hier overftappen.

De Papier-Turf, zogenaamd, in Sweeden vallende, by Cronstedt Bladerige Turf, is eene nog onvolmaakte Veen-Aarde, uie men op moerasfige plaatzen vindt, alwaar zy kleine heuveltjes formeert. Dezelve beftaat uit verfcheide op elkander leggende Blaadjes, niet allen van eene zelvde dikte, welke als papier van éév kunnen gefcheiden worden, waar van de naam. Ook kan men op fommige plaatzen, daar in de blyken vinden van wortels, ftengeis en bladen, inzonderheid dicht aan de oppervlakte. Men houdt ze voor een nog onrype Veenjïoffe, welke naar verrot hout gelykr, zo fomm'gen opgemerkt hebben. Zie Alting. Not. Germ. infer. p. 60, volgens Berkhey, als boven, bladz. 437. Waarfchynlyk zal de houtach. tige Dary, zo even gemeld, daar toe behooren.

Buiten en behalven de gedachte bitumineuze, welke men Stinkturven noemen kan, moeten wy nu nog acht geeven op vierderlei gebruikbaare foortcn; naamelyk de Breede of Hey-Turven, die als plaggen van de heygronden worden afgeftooken , en dus van 't gemeene volk gebrand. Derzelver hoogduiefche naam is SvafctS'Svïf/ de fweedfche SST^r-SScef. Zy munt in ligtheid uit, als gemeld is, beftaande uit een zeer los geweefzei van allerlei plant- en mos-vezelen en hey-worteltjes; verbrandende zeer fchielyk. Dus is dezelve ook in geen achting, en van weinig nuttigheid.

Die foort van Turf, welke by de ontginning der Veenlanden, onder de bovenfte aarde-, zand- of heylaag voorkomt, en in groote lange brokken geftooken wordt, gemeenlyk Friesfche genaamd, is ook zeer ligt, grof en los, van rosachtige kleur. Wegens 't gebruik dat 'er de Brouwers van maaken, noemt men Zflkwwers-Turf, gelyk zy ook zeer vee! tot hetftoo'