Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STUIFZWAM.

STUIFZWAM.

den, volftrekt I:an betrouwen. Egter is de Krsgrigheid van het poeijer der Bovist, tot bloedftemping, niet 'ange jaaren geleeden, door proefneemingen op Flarden, van Monfr. de la FosssMn Frankryk zicht, baarlyk bevestigd. ZiePhH. TratuatX*ffi$$. Vcl.XLIX. V. i. p. 38. De Engeifchen perfen de Bovist, nog yogtig zynde, uit, droogen ze in de oven en maaken 'er dus tontel van, die aangeftcoken en onder een byekorf gelegd, de Byen bedwelmd doet neervallen. Zie Öentlem. Magaz, 176Ö. Jul fee. Hall. Hier te lande gebruikt men daar toe, zeer vaardig en mooglyk beter, zonder ftank, den damp van brandende zwavel. Ten ware het mogt zyn, dat men op de voorgaande manier dezelven in 't leeven behield, jonge Bovisten worden van de Italiaanen, zegt men, aan fchyfjes gefneeden, en in de pan gebakken, met olie en zout gegeeten.

4. Oranjekleurige Stuifzwam. Lycoperdon aurantium. Stuifzwam, die klootrondachtig aan den voet rimpelig is en gefteeld, met ftomp uirgeranda Slippen gaapende. Lycoperdon Sphceroidale Lift rugofum Siipitatum (ffc. Pali3. Par. 390. N. 9. Lycoperdon Aurantii coloris. Cronst. Par. 123. T. 16. f. 9, 10.

5. Gefternde Stuifzv:am. Lycoperdon Jlellatum. Stuifzwam, met een veeldeelig uitgebreide Kraag; een glad Hoofdje; den Mond gefpitst geplooid. Lycoperdon Volva multifida patente &c. Gort. Belg. II p. 331» Link. Hort. Cliff. Flor. Suec. Roy. Lugdb. 519. Lycoperdon jlellatum Cal. inverfo. Buxb. Cent. II. p. 45. T. 49. ƒ. 3. Geafler major, umbilico fmbriato. Mich. Gen. mo. T. ioo./. 1, 2, 3. Lycoperdon globofum & fesfile, Folvaradiata patente. Gled. Fung. p. 151. Lycoperdon Cort exteriore revoluto, flellato. Hall. Helv. inchoat. III p Il8. OeD. Tob. 363. SciIiEFF. T. 182. Tournf. Inft. T. 331. G. Lycoperdon Folvam recolligens. Schmier. Icon. Tab. 27, 28.

Van deeze twee fchynt de eerfte, die oranjekleu. rig in Frankryk is gevonden, tot het Lycoperdaflrum van Michelius te behooren, waar van die Autheur eenige foorten opgeeft, van verfchillende Kleur. De andere, waar aan hy den naam geeft van Geajïer, dat is Aardfler, heeft eene zonderlinge en niet onaartige gedaante, dewyl zy haaren buitenften Rok, gelyk een kraag, fterswyze uitbreidt, met vyf, zes tot tien en meer punten, die benedenwaards omgekromd zyn, gelyk de fchrandere Schmiedel dit zeer fraai in Plaat vertoont. In 't midden blyft een klootrond Bolletje» vol ftuivend Zaad, het welke dooreen opgefcheurd Mondje wordt uirgefpooten. De byzondere eigen, fchap, dat de gefternde rok door de droogte zich famentrekt en om het Bolletje fluit, heeft deeze Heer opgemerkt. Ook wyst hy zeer duidelyk aan, hoe de Zaadjes aan vezeltjes zitten, even als in de gewoone Bovist. De grootte van deeze is als een Oekernoot of Karfteng waar van zy ook byna de figuur heeft, zynde bruinachtig geel van kleur.

In fommige deelen van Duitschland is deeze Ster-Bovist, op zandige plaatzen, in de bosfehen, vry ge meen, op anderen zeldzaam. Gunnerus vondt haar in Noorwegen by de Wortels van Boomen. Te Upfal in Sweeden kwam zy, gelyk in onze duinen . Linnsus zeldiaam voor. Gouann vondt ze in Languedok "aar een duiven-ey gelyRende: Gerard nam in Provence deeze zo wel als de voorgaande waar; Scopoli vondt

in KarnMèn daar van eenige verfcheidenheden, en het fchynt dat dit Gewas in verfcheiden deelen van Europa aanmerkelyk verfchilie.

6. Springende Stuif 'zwam. Lycoperdon carpobolus. Stuif' zwam, met een veeldeelig© Kraag en eene kogelronde Viugt van famengevotgde Zaadjes. Lycoperdon Volva multifida, Frutlu globofo ex Seminibus combinatis. f Carpobolus. Mich. Gen. 221. T. 101. Lycoperdon, Ccrticibus revolutis, fiellatis, Globulo projeBiii. Hall. Helv, inchoat III. p. 119.

Ongemeen klein, naauwlyks van grootte als een fpeldekop, is dit zonderlinge Kampernoeltje, aan 't welke Michelius den naam van Carpobolus toegelegd heeft, om dat de Vrugt van 't zelve veerkragtig weg fpringti Eenige brokjes vermolmd hout, uit een kelder, waar op zodaanigen zich bevonden, in een kistje, dat een elle lang, een half el breed en diep was, gedaan en 't zelve dicht in zyn fiaapkamer gezet hebbende, hoorde hy des nagts dikwils het tikken van deeze Vrugtjes, die men *s morgens aan 't dekzel en de Wanden in menigte zitten vondt. In Sweeden hadt Forskaöhl dergelyken waargenomen, die de werking by het fpringen der Kaas-Maden vergeleek. Haller hadt, in Switferlar.d, op rottig Hout, dergelyke Bovistjes, naauwlyks een twaalfde duims dik, doch het fpringen niet gezien.

7. Geftraalde Stuifzwam. Lycoperdon radiatum. Stuifzwam, met eene haif-kogelronde Schyf en gekleurde Straalkrans. Lycoperdon Disco hemispheerico, Radio colarato. Linn. Syst. Nat.

Op rottig Dennehout, aan zyne Hofftede was deeze, zegt Linn-eus, in 't jaar 1760 , door zynen Zoon gevonden. Zy hadt de grootte en figuur van een half Korianderzaadje; was bruin en wierp, al gaapende, een foort van katoen uit, met een weg» vliegend ftof, hebbende ook een in twaalven gedeelden zoom of kraag. Onder de Sweedfche Planten wordt nogthands van deeze geen gewag gemaakt.

8. Gefteelde Stuifzwam. Lycoperdon pedunculatum. Stuifzwam, die lang geftamd is, met een glad klooirond Hoofdje en een cylindrisch onverdeeld Mondje. Ly. coperdon Stipite longo, Capitulo globofo glabro, Ore cyttndrico integerrimo. Gort. Belg. II. p. 321, Linn. Hort. Cliff. 478/ Fl. Suec. 1112, 1276. Rov. Lugdb. 519. Lycoperdon Parifienfe minimum. Pediculo donatum, Tournf. Inft 563. T. 331. ƒ, E, F. Lycoperdon Pediculo gracili &c. Hall. Helv. inchoat. III p. 116. Lycoperdon Sphcericopapillatum, Petiolo longisfimo. Gled. p. 150.

Vry algemeeuer is dit kleine Paddeftoeltje, dat overal in onze duinen gevonden wordt, zo Linnjeus aantekent, en ook door zyn Ed. in de zuidelyke dee. len van Sweeden, is waargenomen. Haller vonde het zelve in Switzerland doorgaans, en te Gottingen, zegt hy, is 't niet zeldzaam. Op zandige p:aatzen, in het Brandenburgfe en daar omftreeks, kwam het den Heer Gleditsch ook menigvuldig voor. Het mag de grootte ongevaar van een Erwt hebben of van een Hazelnoot, met een Steeltje van een duim of ander, halflang, dat t'eenemaal onder 't zand verhooien is; zo dat men dit ook wel voor den Wortel zou kunnen houden. Het Hoofdje, dat rond is, heefteen Tepeltje, 't welk zich met een Gaatje, tot uitwerpingen van het Zaadftof. opent.

9. Kntdsachtige Stuifzwm. Lycoperdon Pistillare. Stuif-

Gg 2 zwam,

Sluiten