Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g236 STUIFZWAM.

zwam, die knodsachtig is, met een gedraaid Stammetje. Lycoperdon clavatum Stipite terto. Linn. Mant. 313. Conf. Lycoperdon Clavce effigie. Tournf. lift. 504. Fung. Ciavat. albicans Italicus Piftillaris. Bocc. Muf. T. 107.

In Oostindiën vondt Koenig deeze, van een fpan lang, fafFraankleurig. Zy hadt een cylindrisch Stammetje, van onderen eyrond, zo wel als 'tHoofd, dat viermaal zo dik was en tweemaal zo lang, bekleed met een fafFraankleurig Vlies, dat gevuld was met een ros poeijer.

III. Bywasfige, die in Meel verdwynen.

10. Getralied Stuifzwam. Lycoperdon cancellatum. Stuifzwam, op iets anders gegroeid, aan de tip met een Puistje, dat op zyde gefpleeten is. Lycoperdon parafiticum, apice puftula, lateribus fisfa. Jacq. Auflr. T.12.

Op Peeteboomsbladen vondt de Heer Jacquin deeze in Oostenryk gegroeid, als een fafFraankleurig Wratje, hebbende een wit Tepeltje op zyde gaapende met Draaden en een bruin Poeijer uitgeevende.

11. Pokkige Stuifzwam. Lycoperdon variolofum. Stuifzwam, op iets anders gegroeid, rondachtig ongefteeld; met' den buitenften Bast goudgeel afvallende en zwart gepakt Meel. Lycoperdon fesfile fubrotundum &c. Gort. Belg. II. p. 332. Linn. Syst. Nat. XII. Tom. III. p. 235. Lichenoides tuberculofum compresf nigrum &c. Dill. Mwc.127. T. 18. ƒ• 7. Lycogala Globofum &C. Mich. Gen. 216. T. 95. ƒ. 2. Sphceria Lyco. perdoides. Weig. Obf Bot. 47. T. 3. f. 2.

Op rottig hout, dat vogtig is, komt deeze, in verfchillende grootte, des winters, op veele plaatzen voor. Veel vindt men 't aan doode takken van Boomen. 't Zyn verfpreide Wratjes, eerst hoogrood of goudgeel en fappig, die opdroogende bruin worden, en verhard blyven, niet barftende, of fchoon gevuld met een zwart Meel.

12. Gebiette Stuifzwam. Lycoperdon truncatum. Stuifzwam, op iets anders gegioeid, die rondachtig en geknot is. Lycoperdon paraftticum fubrotundum truncatum, Linn. Syst. Nat Veg. XIII.

Op de BeuKeboomen valt deeze, een bolrondachtig lighaam, ter grootte van eene erwt tot die van een vuist, met een lederachtigen Bast, van boven geknot en byna gerand, een drooge kurkig fpongieuze zelvftandigheid bevattende.

13. Erwtachtige Stuifzwam. Lycoperdon pififorme. Stuif, zwam, die kiootrondachtig is en ruuw, meteendoorboorden Mond. Lycoperdon globofum fcabrum, Ore perforato. Linn. Spec. Plant. N. 11.

14. Boomen-Stuifzwam. Lycoperdon epidendrum, Stuifzwam, mer den Bast en het Meel paarsch. Lycoperdon Cortice farinaque purpurea, Linn. Spec. Plant. N. 9» Ft. Suec. 1114, 1279, Lycoperdon Epidendron, Miniaturn pulv. fundens. Buxb. Hall. 203. Hall. Helv. ir. Lycoperdon Sanguin. fphcericum. Buxb. Cent. V. p, 15. T. 29 ƒ. 2, Bovista. mniata, Pifi majoris magn. Dill, Glosf. 197.

15. Bladen-Stuif zwam. Lycoperdon epiphylkim. Stuif, zwam, bywasfig vergaard, met den Mond gefcheurd veeldeelig en een goudgeel poeijer. Lycoperdon aggregatum parafiticum, Ore multifido lacero; pulver e fuiven Linn. Spec. Plant N. 10. Fl. Suec. II. N. 1278.

Aan noute £cr.uiuisgen sn oude muuren komt- de.

STUIPBOOM.

Boomen-Stuifzwam, welke derhalven dien naam in *£ byzonder niet verdienen zou, volgens Linnjeus voor. De Bladen-Stuifzwam is, in Sweeden, op de rug der groene Bladen van 't gewoone Hoefblad der akke-: ren waargenomen.

it). Koolzv;am. Lycoperdon brasficce, Stuifzwam, orc» deraardsch, rimpelig, famengehoopt. Lycoperdon fubterraneum, rugofum, congestum. Hall Helv. inchoat, III p. 120. Fungi Brasficce putrescentis, Gleigh. 9Jcict), êcr $pfon&.

Van dit Zwammetje, dat aanmerkelyk is, dewyl het groeit aan de Steelen en Ribben van Kool, die men 's winters in 't zand of aarde begraaft, maak ik hier nog laatftelyk gewag. Het heefc niet meer grootte dan Koriander-Zaad, weshalven fommigen het ook voor Zaadjes van de Kool htbben aangezien. De kleur is zwart en men zou ze, wegens de hardheid, haast voor Peperkorrels houder. Een nader onderzoek dien aangaande en bewys dat hetgeen Zaadjes maar Zwammetjes zyn, vindt men in her Verr-iog van B. Bergius , over ttt ©dftvamm «m fvfiSfcm ©tttfjL Sjerfi. wa 176J. p. 215.

Buiten twylrel behooren hier de moesten van die Uitgroeizeis, welke de zo onvermoeide Haller tot een Geflacht gebracht heeft onder den naam van Sphceria, wegens de kogelrondachtige figuur, en van welken zyn Ed. wel veertien foor ten opgegeeven heeft, die of enkeld of vergaard vóórkomen, tot welke laatften ook de Herts-Builen of Herts-Sporfen (Boietus Cervinus), ais voorheen gemeld is, door hem betrokk;n zyn. Dan heeft hy nog twee Gefteelde van dien aart, tot de eerfte van welken zyn Ed. t'huis brengt, eenzwart vingerig Gewas, dat op drooge planken en ander hout fomwylen groeit, zyndeook met zwart poeijer geva'd. Sphceria nigerrima aspera petiohta Conica. Hall. Helv. inchoat, III. p. 122. N. 2193. Lithophy. toides terreflre digitatum nigrum. Mabch. Mem, de Paris. 1711. p. ico.öV. FungusHypoxylon digitatüs. Bruckm. Cent, II. T. 9. In een ander met platte vieezign Hoornen, 't welk zyne Wortels uitbreidt tusfchen den bast en het hout van doode boomftammen, aldaar een netswyze vertooning maakende Sphceria 1 nigerrima aspera palmata, Cornubus planis Carnofis pulverulentis. Hall. utf. N. 2194. Lichen- Jgaricus nigriccms, Ligm adnascens &c. Mich, Gen. 104. T. 55. f. 1, Deeze laatfte zou misfchien ook tot de Knodszwam van Linn/eus en wel tot die foort, daar hy den bynaam van Hypoxylon aan geeft, tot welke zekerlyk de eerfte behoort, Kunnen t'huis gebracht worden. De Stin> kende Koraalachtige Takkige Paddeftoel, welken de vermaarde Reaumur uiteen muur gegroeid vondt, fchynt myook veeleer alhier, dan tot Waasachtig ronde of bekerachtige Bovisten, gslyk Haller zich verbeeldde , te behooren. Boietus ramofus Coralloides fcetidus. Mem. de Paris, &1713. Vid. Hall, utf. p. 119.

STUIPBOOM is de naam van een Planten-Geflacht, onder de Klasfe der Polygamia of Veelmannigen gerangfchikt; waar van de latynfche of griekfche Geflachtnaam Mimofavm de gevoeligheid, welke fommige foorten van die Geflacht hebber?, afkomftig; ir. —— De Kenmerken zyn, de Bloemen in vyven gedeeld, hebbende een vyfrandigen Kelk, met vyf of meer Meeldraadfes. Sommigen zyn- dus alleen mii»aeiyk-, maar anderen van tenlirM fctoreV «h Ét&?

Sluiten