Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kan 't anders zyn, of hy, wiens blika

Elk een met fiddring flaat, Vaagt ook weldra den lieven lach

Van uw verbleekt gelaat.

Staag plengt de jonkvrouw traan by traan

Op 't koud en zvvygend gtaf Van 't edel, tedeihartij paar,

Dat haar het keven gaf.

Het roosje, dat, by *t morgenrood,

Het oog des jonglings ftreelt; Docü wegwelkt, eer nog de avond daauwt,

Is Sigismundas beeld.

Graaf Bundans neef en lieveling,

Zo tlug en woest als hy, Streeft, in den ftryd en op de jagt,

Geftadlg hem op zy\

A a Zo

Sluiten