Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30 KATUURUJKE HISTORIE

kan doen. Zoo de Schepper deeze zorg voor den mensch niet gedragen hadde, zou eene verköuwdheid hem kunnen doen flikken en het leven kosten. De neus is ook de zitplaats van de reuk , welke bij den mensch vrij fijn is , als hij dezelve nog niet bedorven heeft door zijnen neus geftadig met fnuif-tabak optevullen, welke ilegte en onzindelijke gewoonte veelen menfchen eigen is.

De Mond drukt bij den mensch ook veel van de hartstogten uit. Dezelve dient hem voornamelijk tot het inneemen van zijn voedzel ; doch in denzelven is ook de zitplaats van het werktuig der Spraak, dat den mensch zoo zeer boven alle dieren onderfcheidt, die alle het vermogen van te fpreeken misfen, terwijl 'er geen volk zoo wild is of het heeft zijne taal en kan aan eikanderen zijne gedagten uitdrukken. Daar zijn, wel is waar, vogelen, welke men het geluid van woorden kan leeren nabootfen, gelijk papegaaien, aakflers en goudvinken; maar dit is flegts naklappen , niet fpreeken , naardien die dieren nooit zelve wceten wat zij zeggen , en bij hun praaten dus niets denken.

De mond is voorzien van Lippen, welker bloedroode Meur eene groote fraaiheid aan 's menfchen aangezigt bijzet, terwijl derzelver groote beweeglijkheid zeer dient om het geluid te maatigen en te wijzigen. De mensch en alle de viervoetige dieren beweegen alleen de onderfte kaak, wanneer zij gaapen en kaauwen. Als iemand zig verveelt of flapertg wordt, dan opent zig die kaak van zelf en doet ons geeuwen. Bij groote droefheid en hartenleed is de mond de uitgang van de

zug-

Sluiten