is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte natuurlijke historie der zoogende dieren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90 NATUURLIJKE HISTORIE

men heeft, namelijk, dit dier den Tmaglooper genoemd, omdat het, fchoon het op vier pooten loopt, egter zulks niet vlug kan doen, zoo dat het, als het zig fchijnt te haasten , ter naamver nood twee roeden in eene minuut vordert; deeze traagheid koomt van de lange beenen, welke dit diertjen heeft; ook fchijnt het al zoo gemaklijk op zijne agterfte pootjens te kunnen loopen; maar zijne eigenlijke woonplaats in de boomen zijnde, is het beter gefchikt om te klauteren dan om te gaan. Het is een klein aardig en fraai beestjen, dat flegts zoo groot als een groote vuist en zeer zonderling van maakfel is, gelijk men in de afbeelding zien kan. Het heeft een zeer lang lijf, naar evenredigheid van zijne grootte, in het geheel geenen ftaert, cn zijne voorfte en agterfte pooten zijn handen als die der Aapen; het wijfjen heeft vier borften,twee op de plaats, daar die bij de menfchen ftaan en de andere twee onder deeze. Zijn kop is geheel rond, zijn fmoel fteekt alleen op dien ronden kop uit, en zijn neus is wat opgewipt; zijne oogen zijn uitermaate groot, ftaan zeer digt bij malkanderen en zijn helder en geel van kleur; zijne ooren zijn breed en rond. Zijne pooten zijn zeer groot, voornamelijk de agterfte, en zijne handen zijn elke met vijf vingeren voorzien. Zijn hair is zeer fijn en zoo zagt als zijde; het is van boven rosachtig van kleur, maar onder den hals en aan de borst en buik aschgraauw en witachtig; het heeft eene bruinachtige ftreep langs den rug en eene witteftreep tusfchen de oogen.Hetiszeerfcherp van gehoor; het mannetjen houdt zig altoos bij een enkel wijfjen: Het geeft weinig geluid, maar fomtijds laat het een zagt gefluit hoo-

ren;