Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ZOOGENDE D IEREN» 2.2.5-

tanden zien; ja zij zullen zelfs ftoutmoedig opdengeenen, die hen aanvallen wil, toeloopen, zonder dat zij ooit agteruit zullen gaan, of de vlugt neemen; maar zij zullen zig eer op de plaats, daar zij zijn, laaten dooden; zij bijten in de fteenen, die men naar hen werpt, en vallen dengeenen, die hen daarmede fmijt,aan, al is het dat men hun de tanden aan Hukken fmijt, of hun de oogen uitfleekt. Als een van die dieren alsdan wilde vlugten, zouden de andere het verfcheuren; als 'er een is die weg wil lluipen, zullen de andere hetzelve dat beletten.

Schoon de Zee-beeren de andere Robben en Zee-dieren niet vreezen, moeten zij evenwel wijken voor den gladden Zee-leeuw, of Zee-leeuw zonder maanen, want zij ontgaan hem zoo veel zij kunnen, al onthouden zij zig daar die dieren ook gevonden worden; zij voeren daarentegens altoos ftrijd tegens de Zee-otters, die zig niet zeer tegens hen verweeren kunnen, omdat zij niet zoo groot en fterk zijn als de Zee-beeren.

De Zee-beeren worden in de groote Zeeën in allelugtftreeken gevonden; men vindt die zoo wel in de Noordiijke Zeeën, daar het koud is, als in die onder den evenaar, daar het zeer warm is; dit dier kan zig dan naar alle Iugtftreeken fchikken; het is zelfs waarfchijnlijkdat zij groote reizen in zee doen; het oogmerk denkt men te zijn, om zig van alle bewoonde landen verre te verwijderen in den tiid dat zij jongen krijgen.

Men zegt dat het vet van de mannetjens deezer dieren traanachtig en vaneenen zeer onaangenaamen fmaak is, maar dat het vet van de wijfjens beter van fmaak is; men

kan

Sluiten