is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte natuurlijke historie der zoogende dieren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ZOO GEN DE DIEREN. 6"o

ftank van zig. Hij is omtrent zoo groot, als de HuisMarter, en deeze dieten verfchillen zeer weinig zoo wel uit- als inwendig. Hij heeft hetzelfde lange dunne lijf, langen dunnen hals, maar zijn kop is dikker, zijn ftaert korter; zijn hair isdonker kastanje bruin van kleur, maar de bek en de randen der ooien zijn wit, en het dier is van onderen aan den buik en de pooten ligter of aschgraauw van kleur, terwijl hij boven op den kop en rug zwarter is; zijn ftaert is zwart en zeer ruig; maar de Buntfing heeft maar vier en dertig tanden, terwijl de Marters 'er agt en dertig hebben; hij bezit, namelijk, zes fnijdtanden en twee hondstanden in elk kaakbeen, in het bovenst kaakbeen vier kiezen aan elke zijde en in het onderfte vijf aan elke zijde. Hunne vingeren zijn eveneens in getal en plaatfing. De Buntfing heeft agter aan den aars twee blaasjens met vogt, dat eenen zeer walglijken ftank van zig geeft.

Even gelijk de Buntfing niet veel in maakzel van de Marters verfchilt, zoo koomen zij ook in huishouding en levenswijs vrij wel overeen. Even als de Huis-Marters bekruipt hij bewoonde plaatfen, daar hij in de hoender- en duiven-hokken klimt, het gevogelte den kop afbijt, dezelve een voor een weg brengt en tot zijnen voorraad oplegt; hij zet zig neder en woont in fchuuren, ftallen en hooibergen ; anders woont hij in het veld of in de bosfchen , in holen en gaten; hij leeft van zijn roof, die in konijnen, eenden, hoenderen, of ander gevogelte, derzelver eieren en jongen beftaat, van welke hjj, voornamelijk van depatryzen, leeuwrikk«n E 3 en