is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte natuurlijke historie der zoogende dieren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

NATUURLIJKE HISTORIE

boom-bast aan den boom vast. De Beer nu, op den reuk naar de bijën-ftokken geklommen, vindt op die plank eene gemaklijke zit-plaats om de honig uit de ftokken te haaien, maar naardien de ftrik zoo gemaakt is dat die hem daarin een weinig hindert, fcheurt hij die eerst we^; zoo dra dus de plank losraakt, flingert zij weg met den Bïer 'cr op cn zweeft even als een fchommel in dc lucht; zoo dc Beer *er af valt, ftort hij op fterk gepunt* paaien , Me BH» tot dai einde daar onder in den grond geflaagen heeft; zoo niet, moet hij of geduldig op de plank blijven zitten, tot de jager koomt om hem dood te fchieten , of hij moet deeze gevaarlijke fprong waagen en zig op de paaien kwetfen of dood fpringe i.

In Noorwegen gaan de Boeren met malkanderen op da Beeren - vangst uit; zij zijn dan met hun twee of drie om eikanderen te helpen zoo een van hun mis mogt fchieten. Zij neemen kleine hondjens mede , die tusfchen de beenen van den Beer loopen en hem bijten , terwijl hij hen niet gemaklijk krijgen kan , want de groote honden vat hij terftond aan en verfcheurt hen; dus tragten zij hem aftematten ; als zij hem enigen tijd geplaagd hebben , zet hij zig overeind met zijn rug tegens een boom, of eene rots, fchraapt fteenen of aarde uit den grond en werpt die om zig henen; als dan tragt een Boer hem met een of twee kogels in de borst te fchieten ; gelukt hem dit, of fchiet hij hem in den kop, dan valt hij dood neder; maar mist hij hem, of raakt hij hem op eene plaats die niet doodlijk is, dan loopt de

Beer