Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'8 NATUURLIJKE HISTOEÏE

niets om zig tegens den aanval van mensch en ditren te verdedigen dan zijn fpeekzel; hiervan is zijn bek altoos vol, fchoon hij weinig drinkt; als hij boos wordt, fpuuwt hij het naar zijne tegenpartij, hetgeen hij door zijnen langen hals van vrij verre doen kan, en dit fpog zegt men dat bijtend is en puiften op de huid veroorzaakt ; het geeft een hinnikend geluid als een paerd.

Deeze dieren graazen voornamelijk op eene bijzondere foort van zeer fijn riet, dat alleen in Amerika wast.

Het wijfjen van den Peruviaanfchen Kemel brengt, ns vijf of zes weeken, een enkel jong ter waereld en zoogt het aan twee prammen. Deeze dieren woonen m hunnen natuurftaat op de hooge bergen, daar het koudis, daar zij in kleine troepen leeven, en nergens dan in de Provintieën van Zuid - Amerika, en voornamelijk Peru; in de oude waereld wordt het noch wild, noch tam gevonden; men heeft wel beproefd om deeze dieren in Spanje te fokken; doch deeze proeven zijn alle mislukt, de Lamas vinden 'er het voedzel niet dat 2ij in Amerika genieten; in het eerstgemelde waerelddeel heeft men hen tot huisdieren gemaakt; men rijdt 'er op en zij loopen zoo zagt dat de vrouwen zig gaerne van dezelve bedienen; het dierftapt, draaften galoppeert en kan zeer fleile plaatfen op en af gaan; men gebruikt het ook tot het draagen van lasten, gelijk den Kemel, het kan tot honderd ponden voeren, met welka het vier of vijf mijlen 'sdaags kan afleggen; doch als men deeze «iieren te zwaar belaadt, gaan zij leggen en dan kau men hen met geene mogelijkheid weêr doen op*

Haan,

Sluiten