Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'8 REI ZE NAAR HANNOVERi

kander gezet. Men heeft aan deezen weg den naam eener Zand- ChauJJée gegeevcn, om dat het niet anders dan een breede opgeworpene dam van louter aarde is, aan de twee zyden beurtelings met lyfterbes- en populierboomén beplant. Aan het geld dat men aan de tolhekken vordert, zoude men meenèn over eene Steen-chausfée te ryden: doch het flappen der paarden, en het verlaaten van de Route door de Poftillons, die nog dilcwyls verkiezen over het moerige en hobbelige veld heen te glyden en niet door het zand te ploegen, overtuigt den reiziger wel dra van het tegendeel, en de gantfche onderneeming fchynt ten minften oppervlakkig voor vecle berispingen bloot te ftaan. Men doorkruist hier reeds die eeuwige vlakte, die langs het gantfche Ryk van den Hartz tot aan de Oostzee uitgeftrekt ligt, en oneindig meer weilanden, hoewel niet altyd even vet, dan koornlanden oplevert.

Sluiten