Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zï6 VERVOLG op WAG2NAAR'S

IV.afd. zoo lang de grieven niet herfteld waren, weikQ Engeland ons door de menigvuldige inbreuken op het traciaat van 1674. aangedaan had, het verzoek tot het geftand doen der hulpe, bij een ander traciaat bepaald, niet in overweeging kon nemen; en wederom anderen het verzoek beleefdelijk wilden afgewezen hebben , op grond van het belang van onzen Staat bij de bewaring zijner onzijdigheid, en van deszelfs tegenwoordigen zwakken toeiiand. Last van Op deze weigering volgde het volvoedenKoningren der gedane bedreiging, en de Koning van Enge- bevel aan zijne oorlogsfchepen en katrent°het Pers> om a^e fchepen en vaartuigen, benemen on«horende aan de Nederlanders, welken zij zer scha- mogten ontmoeten, die eenige goederen, P^n« aan zijne vijanden toebehorende,aan boord hadden, of ook goederen , die, volgens de algemeene wet der volken, geacht worden contrabanden te zijn, te nemen en aan te houden.

Befluit tot Dit moest nog komen bij den hoon onhet veriee-zer vlagge aangedaan, om ook hen, die te nan van voren geaarzeld hadden, hunne Hemmen onbepaald tot ver}eenen van onbepaalde convoijen tonvoi], te geveilj tnands daar toe overtehalen. Zeeland echter weigerde, fchoon niet met eenparigheid van alle de Staatsleden, voor als nog daar toe te komen, maar bleef in tegendeel aandringen , dat men vooraf nog eene onderhandeling met Engeland zou be~ proeven.

Gunstiger Ondertusfchen had dit befluit der meerbehande. heid die gunliige uitwerking, dat Frankryk img onzerniec aHeen de bezwarende Ediéien ophief,

Sluiten