Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VADERLANDSCHE IIIST. VERK. 489

zijnde, verzochten de Burgergemagtigden VI-A*°eene bijcenroeping van de Staten van het g« Gewest, ten einde door dezelven de Stads- ' regering tc Ontflaan van den eed op het Reglement van 1674, met betrekking tot de punten , die het huishoudlijke der Stad raakten en inmiddels opfchorting der gewone Regeringsbedelling. De Staten vergaderd zijnde wezen dit verzqek van de hand, en werden op den gewonen dag der regeringsverandering de nieuw aangekomen leden op den ouden eed aangefteld , welke ook gedaan werd, door zommigen van hen, die gecontinueerd waren. De Burgergemagtigden, vernemende, dat zelfs een aantal van ra leden den eed op het gehaate Reglement, en wel zonder uitzondering gedaan hadden, leverden deswegens een fterk vertoog in , waarbij zij verklaarden alle de zodanige voor hunne wettige Regenten niet te erkennen. Een tusfehenko- < , mend voorftel van Z. H. aan de Staten, om in 's Gravenhage eene bijeenkomst van onderbandelaars te belegden cn onder zijne bemiddeling de gefchillen,, te vereffenen , hield de zaak flepende tot in Wintermaand. De Burgerij des marrCns moede, wenschte eindelijk afdoening. Den f£Sen gefchiedde eene oproèping van Burgers op de bepaalde loopplaatzen. Ten getale van omtrent 5000 bijeengekomen zijnde, werd het volgende verzoek aan de Vroedfchap te doen, algemeen toegeftemd , om, naamlijk, het tusfchen den Raad en Burgerij reeds vereffend Reglement, wegens de bijzondere regeringsbeltelling der Stad, op heden vast te Hellen, aftekondigen en binnen den tijd Hh 5 van

Sluiten