Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEGENWOORDIGEN STAAT DER ARTSENYKTJNDE. 35

vind, maar wél 7fct^uXe\viiivoi. Van de Bloedvloeijende Vrouw fpreekt hy niet, gelyk Marcus Sctffavfrcteet xclvTec, x<*< pviSh oi^tXyi^iïta, maar rt^avaKuo-ara - au i'xvo-iv vTr'ühvi; ^aTtev^vau. Want het woord 3ewavav, betekent meerder een welluftige overdaad, dan noodig Ampt tot herftelling der gezondheid, weshalven Lucas het veel bekwamer gebruikt, en uit deze geheele verhaaling blykt ook: zo veel, dat dc oorzaak van de herftelling, niet aan de Artfen, gelyk het by Marcüs fchynen mogt, maar aan de gefteldheid der Lyderes zelfs, die aan zich omberftelbaar was, gelegen lag. Maar het komt hier op uit, dat men vraagcn mag, of de Heer Freind, niet uit liefdevoor zyn Beroep, een weinig te verre gedaan is C55) ? Want anders behoord hier toe, het woord ffaSof u^èf, A<a. 15,39. en andere ontleende reedenswyzen ,die van zulke Ziektens of van de Artfenykunde afstammen.

§• 50.

Voor 't overige is bekent, dat de Zieken ten tyde van Christus, en dec Apoftelcn op een wonderdaadige wyze herfteld geworden zyn, doch, zó, dat zulke herftellingen van Lighaams Krankheden, na de waare Zielen Kuur gericht wierden , daarvan het uiterlyk aanraaken, handoplegging of Zalving met Olie een kenteken is geweeft; en hoe dan deze Wondergave van gezondmaking in de éérfte Chriftelyke Kerke, een geruimen tyd geduurd heeft, ziet men uit Mare. 6", 13. Cap. 16, 18. iCor. 12, p. 28.30. Jac. 5, 14. endoor de Gelovige opgevolgt, Mare. 16, 17; doch dus, dat zy dezelve niet in hun macht haddenom daarmede naar hun welgevallen voort te varen, maar, dat alles naar des Heeren willen gefchieden moeft; daarom 'er ook te vóóren eene byfondere inwendige aandreiving en beftiermg, tot wonderen te gelooven behoorde, want waar deze niet waren, daar was ook Gons wille niet, dat 'er eene wonderbaareGeneezinggefchiede zouden. *Want anders, wanneer de wonderbaare kragt tot.Heeling alleen in de vryë Magt van de Apoftelen beftaan hadde, dan zoude Paulus den Trofhimum te Mileten , niet krank gelaaten hebben (56). Zo zyn 'er ook veele Wondertekens ter Geneezing van Kranken gefchied, dat de Apoftelen en andere Gelovige niet eens geweeten hebben, dat zy volgen zouden, by voorbeeld, Act.5, 15. Cap. ip, tSL

§• Si-

Willen wy ons nu naar andere, en Heidenfche Volkeren wenden, dan komen ons éérft de Egyptenaaren te vóóren. Deze hebben van den beginne, toen zy een Volk wierden, de Konften en Weetenfchappen bemind, en zyn dus billik onder de oudfte en kloekfte Volkeren te rekenen, overeenkomende met 1 Reg. 4, 30. Aót, 7, 22. Daarom word hun onder anderen, ook de uitvinding van

de

(.53) Biblioth. Angloife, Tom. XII, Part. II. pag.520 & 522J (56) 2Timof. 4, 20,

E 2

Sluiten