Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITULÜS X VIL CAP. IX. 3^

CAPITTEL IX.

!• 1 f alle Reprochen en Salvatien.

J» Moeten maaken «| 2- J L flWe Schrifturen, Advertisfementen, &c.

3. Moeten Rediten fckuwen in haare Schriftuuren.

Uyt de Inftr. art. lxxvi. in princ.

I. Item van nu voortaan zullen de Reprochen ende Salvatien gemaakt 1 worden by den Advocaat. Ampl. Infïruiï. Flandr. art. xxiv.

Ibidem art. Lxxxvr. in princ.

II. Item dat van nu voortaan alle (6) Schrifturen, Advertisfementen ende Memorien van Regten gemaakt ende onderteykent zullen worden by den Advocaat. dAmpl. Injlr. Fland. art. xxiv.

, ll1, .Heeft,°? \ 'f f0/ den A<Jvocatcn geadverteert, dat zy in 't maken van de Motiven of Advertisfementen van Rechten zig zouden hebben te wachten •man eenige prolixe Repetitie [o] te doen van 't geene dat in den Procesfe gededuceerd

(6) Schrifturen, Advertisfementen, ] Dat alle de Schrifturen by dc Advocaten moeten gemaakt worden, word geobferveerd.

Op den 2. April 1672. is by den Rade Provinciaal geordonneerd, datgeene Requeftcn aan den Hove zullen mogen worden geprefenteerd ofte overgegeven, ten zy dezelve door een geadmitteerd Advocaat zullen zyn

geteekend , als mede by èen van de Procureurs van dsn zelven Hove, indien hy daar inne word gerequireerd, ofte dat anders op de voorfz. Requefte niet zal worden gedifponeerd; tweede Deel-van de Papegaay , in de Voorreden.

[a] Fan eenige prolixe Repetitie] Vide I.ib. 4. T.t. 105. Cap. 6. hum, 7. & ibidem in Notis. Vyf de Lid.]

%. 3. Prolixe repetitie.] Het is de plicht van een goed Advocaat, om in zyne Pleidooijen en Schriftuuren, zoo veel mogelyk, dc kortheid te betragten, en alle onnutte en overtollige woorden, welke het wezentlykc point in quasftie niet raaken , zeer naauwkeurig te vermeyden, ten einde op hem niet applicabel zv het geen, met opzigt tot de wydloopigheid der Advocaaten, dc Prsfident va^j BrNKEkSHoEK in Ouce/i. Jur. Priv. Lib I. Cap 9. zegt: Eloquentia forenfis, qua hodie in dicendo & fcribendo obtinei ffolet abundare fynonimis R epithetis, &f multo verbarum agmine nihil aut parum explicare. — Zie verder hier over Bouïucius de OJfic. Advoc. Cap. 17. cn Heemskerk Batav. Arcad pag. 631. feq. als mede den Raadsheer Seicher in zyne meergemelde Aanfpraak pag. 10. feq. alwaar hy'in dezer voeden redeneert: „ Het derde, dat wy hebben vöorgcfteit, verdient zoo wel zvn reflexiefs dc „ twee eerfte , te wceten, het vermyden van alle noodelooze langwyli'gheid. Men h»eft „ daaromtrent 111 acht te nemen, t9. dat het is een indifcretie, de attentie van een Retr„ ter langer op te houden, als noodzakclyk is: 2°. dat de langwyiige voorfteller zi» aan „ den Regter onaangenaam maakt: 30. ja, dat hy een prefumptic medebrengt, dat zyn

Y y 2 « ziak

Sluiten