Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ö E M A W.

Andr. Niet my alleen, maar allen , wier oogeu door de Staatzugt niet ve;blind zyn , •werd dit aangeduid door Wonderen en Voortekenen, die zo duidlyk fpreeken als de beste Redenaar.

Alc. o ! Duidlyk is zeer zeker de ftem van een zeker Redenaar, offcboon zo verftandig niet als het Raadsbefluit der Goden. Zoud gy, vervoorüitziende androkles! my wel eenige dezer Voorbeduidingen , welken u zo onbedrieglyk toefchynen, willen ontdekken?

Andr. Even als had gy niets gehoord van den Jongeling , die op den Altaar der twaalf Goden gefprongen is , en aldaar iets gedaan heeft , 't welk de befcheidenheid my verbied voluit te noemen (*).

Alc. (Bejlendig met een fchimplacli.) IJy heeft gedaan het geen veele berookte Sophis. ten, in weerwil van alle befcheidenheid, wen-

fchen met het Vaderland te kunnen doen! i

zig zelve ontmand! — Wel nu, ja! ik heb 'er van gehooid.

And jr»

(*) Plutarchus verhaalt , in 't Ieeven van nicias, dat eene ydele Voorbeduiding zig, by den altaar der Twaalf opperde Godhceden , voordeed. Een Man , naamlyk , fprong vlug en onverwagt op deiuelveiij en ontmande zig in.et een fcherpe fteeti»

Sluiten