is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen, uitgegeeven door Teyler's Tweede genootschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C io<5 )

bovenkant men ftelt op de hoogte der kwik in de biffij waar van men het verfchil wil meeten; men ziet dan hier door aanftonds op de fchaal naast den barometer, hoe veel hooger de kwik daar in ftaat.

Het verfchil der kwiks-hoogte in deeze barometerbuizen, door de luchtvorming van verfchillende vochten te weeg gebracht, ftemt by gelyke warmte overéén met de hoogte, waar op de kwik in de kwik-büis der lucht-pomp wordt opgehouden door de luchtvormige vloeiftoffen, die 'ér van deeze vochten ontftaan in 'tydel der lucht-pomp. Deeze toeftel heeft twee voordeden boven den geenen, die men tot dergelyke aanwyzingen by de lucht-pomp gebruikt: voor eerst is dezelve altoos gereed om zonder omflag de verandering van vochten in veerkrachtige vloeiftoffen , ^tmneer zy in het ydel gefield zyn , aan te toonen, en dit niet flechts van een enkel vocht, gelyk by de lucht-pomp, maar van verfcheiden te gelyk. Ten anderen kan men by deezen toeftel teffens zeer gereedlyk aantoonèn (het geen by den eerstgemelden in 't geheel niet gefchieden kan ) dat de luchtvormige vloeiftoffen, welke 'er van vochten in 't ydel ontftaan, haare luchtvormigheid verliezen, en weder veranderen in vochten, zoo dra zy weder aan de drukking des dampkring worden blootgefield. Hier toe laat men elk der gemelde buizen y de eene na de andere , in eene der met kwik gevulde yzeren buizen A of B neder zakken , en men ziet dan de lucht, die in de buis was voortgebracht, verdwynen, de kwik tot boven in de buis opryzen, en boven de kwik niets anders overblyven dan het vocht,

waar