Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GELOOFWAARDIGHEID VAN HERODOTUS. 235

ver fabelen, ter handhaaving bier van, te verzinnen, dan door eene oprechte erkentenis der waarheid de gefchiedenisfen onvervalscht te bewaaren.

Daar nu de Grieken zich beroemden, als hadden zy de Egyptenaaren, een volk, aan wiens hoogen ouderdom niemand twyfelde, het eerst befchaafd, zo is het voords in geenen deele te verwonderen, dat zy ook den oorfprong van zeer verre en afgelegene fteden en landen zig zeiven toeeigenden, en hier aan zulke naamen gaven, welken, als ?t war~, ten getuige ftrekken moesten van de Griekfche afkomst. Dus vertelt men, dat de Perfen van Perfeus, en de Meden van Medea hunnen naam hadden gekregen; om nu van andere foortgelyke voorbeelden te zwygen. Ja, wat meer is, zelfs de Indiaanfe fteden, welke Alexander de Groote had bemachtigd, vinden wy met Griekfche naamen benoemd. Wat den heiligen eerdienst betreft, dezen zien wy ook by alle volkeren, en in alle landen, vergeleken met de naamen van Griekfche Goden en Godinnen: (/) zo zelfs, dat wanneer er enkel de minfte overeenkomst van klanken plaats had, dit reeds genoegzaam fcheen te zyn, om die Griekfche afkomst te bewyzen. Ook werd de Griekfche taal als 't ware voor een maatftok en richtfnoer gehouden, waar naar alle anderen moesten worden gefchat. (T)

Het

(0 bryant Obferv. and inquiries, relat. to rarious parts of anc. bi ff. p oe, Ï48 , 149. w ar b u rt o n G. Z. V. M. Lib. IV, afd. 5. (k) josEPiius heeft deze laatdunkendheid te recht gegispt. Contr. Apion. 1,3.

Gg 2

Sluiten