Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxvin INLEIDING.

Ik nam twee musfehen van denzelfden ouderdom en even welvaarende en bragt haar door gebrek aan voedzel tot zulk eenen graad van verzwakking , dat zij het eeten, dat ik haar aanbood , niet meer konden naar zig neemen. In dien ftaat deed ik de eene gepletterd zaad inflikken en de andere klein gekapt vleesch. Binnen weinige minuuten was de laatlte welvaarende en de andere ftierf binnen twee uuren.

Als men de graan-eetende vogelen van nabij waarneemt, zou men indedaad zeggen dat de zaaden, die hun voornaamst voedzel uitmaaken, voor hun een al te weinig voedend en ongenoegzaam voedzel uitmaaken , naardien zij 'er nog vrugten, vleesch, infekten, in een woord, alle foorten van voedende zelfsltandigheden, die zij ontmoeten, bijvoegen. De vleeseetende daarentegens, hetzij zij van vleesch, hetzij van infekten leeven , gebruiken maar eenerlei voedzel. Het is voor hun genoeg en zij willen nooit hunne toevlugt tot graanen neemen.

Van alle foorten van vogelen is geene zoo zeer den honger onderworpen en geene moet zoo dikwijls eeten als de visch - vreetende. Ook heeft de natuur hun of groote keelen of wijde zakken gegeeven , waarin zij eene groote hoeveelheid voedzel voor het toekoomende verzamelen.

Wat

Sluiten