Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tan AFRIKA. 315

een zoo onvrugcbaar land bewoonen , dat niet dan brak wacer heeft, had mij zeer verwonderd. Ik merkte ook op dat het vee van Klaas Baster buitengemeen fterk en groot was: dit dubbel feit bragt ruij op eene zeer eenvoudige aanmerking. Toen ik , op mijne voorige reis, het Kafferland en het land der Houieniquas doorreisde, had ik aan alle kanten niet anders gezien dan betoverende landfchappen, alcijd groene weiden , pragtige wouden , overvloedige rivieren en beeken; geen land was, naar zijn voorkoomen te rekenen, gunftiger voor graseetende dieren , zoo wilde als tamme, en egter zijn zij niet alleen agterlijk in hunne groei, maar zij koomen flegts tot eene middelmaatige grootte en zwaarte. In het land daarencegens, waarin ik mij bevond, was de foort van beiden allerfraaist; terwijl het water, dat 'nog brak is, gelijk men maar al te we' gezien heeft, 'er zeer zeldzaam is en het dor zand flegts armlijke planten voortbrengt, eene foort van gras, in het land boschjesman-kruid genaamd. Ik wierd dan natuurlijk op de gedagte gebragt dat in de al te vogcige ftreeken het fap te waterig is envoedzaame zelfftandigheid ontbreekt; mogelijk heeft de grond ook aderen, die andere fappen, welke min of meer voedzaam zijn, voortbrengen. Ik had tot hier toe grond gehad om te gelooven dat een zandachtige grond, hoedanig

die

Sluiten