Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 REIZE in de BINNENLANDEN

hun wangedrag uit de volkplanting en door de volkplanters om hunne gruwelijke euveldaaden verbannen.

De vereeniging van die twee kaerels moest mij noodzaaklijk 'veel bekommernis verwekken en ik befchouwde die als een ongeluk, honderdmaalen erger voor mij dan de nabijheid van leeuwen , tygers, en alle de monflers van Afrika zoude geweest zijn. Was het ook niet mogelijk dat zulke kaerels te zaamen een aanflag hadden gemaakt om mij te koomen vermoorden cn zig van mijne wapenen en mijn kruid en lood meester te maaken? Zulk een ontwerp was hunner waerdig en de afgelegenheid der wiidernisfen , waarin zij woonden, verzeekerde hen van llrafloosheid.

Hoe groot zou dan mijne vrees niet geweest zijn, als ik toen gewecten hadd' , gelijk ik zedert gehoord heb, dat dit indedaad hun ambagt was en dat zij het beiden met de Boschjesmannen eens waren , dat zij hun onderrigtingen gaven om de Namakas te koomen plondercn en dat zij vervolgens den buit met hun deelden.

Swanepoel had mij, wel is waar, bericht dat 'er, geduurende mijne afwezigheid , enige Boschjesmannen in de legerplaats gekoomen waren , onder voorwendfel van hem om tabak te vraagen. Deeze foort van befpieding zou mij da ©ogen genoeg hebben moeten openen. Maar„

fchoo»

Sluiten