Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING. 19

gcnde, toen eenige Indianen om handel te drijven overkwaamen, nam de Heer norton, die toen

we-

mijne tekening met eene fraije' fom; en in de twee eerde artijkels van haaren brief aan mij, gedagtekend 12 Maij 1773, drukte zij zich aldus uit:

Aan den heer samuel hearm. Mijn Keer!

,, Uw brief van den 18 Augustus gaf ofis "t aafige-

naam bericht van uwe benoude aankomst aan onze ,, Faktwij. Uw dagboek en de beide kaarten, aan ons

toegezonden , overtuigen ons genoegzaam van uwa „ oordeelkundige aanmerkingen.

„ Wij hebben rijpelijk overwogen de groote ftand„ vastigheid en vlijt door u betoond in de menigte „ ontmoetingen gedurende uwe onderfcheide togten. „ Wij betuigen u bij dezen onzen hartelijken dank,

en ten einde u blijken te geeven van onze erkente„ nis, zijn wij overeengekomen u voor deze dienden

te fchenken de fomma van L. . . ."

Een ander blijk dat de maatfchappij volkomen was voldaan over mijne verrichtingen op dien togt, benoemden Comnüsfarisfen eenpariglijk mi] tot opperhoofd van 't Piim van Wallis fort in den zomer van 1775; tn de Heer babije lake, die toen ter tijd Gouverneur Was, benevens verfcheide andere Commisfarisfen vereerden mij zoo lang zij leefden met eene geregelde briefwisfeling.

B a

Sluiten