Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar dem NOORDER-OCEAAN. 135

lijk verrigt, beide bewust dat wat 'er ' geboden word ook daadlijk moet volbragt worden. De vrouwen worden 'er ook alle op een grooten afftand gehouden, en hoe weinig zij geteld worden blijkt uit de wijze op welke zij aan tafel dienen, en die aan eene Europafche vrouw zeer vernederend moet voorkomen , fchoon de gewoonte 'er eene hebbelijkheid van gemaakt heeft, bij die genen die zulk een lot te beurte viel. 't Is nodig hier aantemerken, dat wanneer de mans eenig zwaar dier dooden , de vrouwen altoos gebruikt worden om het naar de tent te liepen, daar zij het moeten villen , afhakken, fnijden, het vleesch droogen en ftampen. De vrouwen zijn 'er tevens belast met het koken van' de pot, en als de pot gereed is, mogen noch vrouw noch dochter, zelfs van de voornaamfte opperhoofden, van de fpijs eten, voor dat alles wat mannelijk is, tot de knegts ingefloten , geëten hebben wat hen; luste; zelfs in tijden van fchaarsheid, is het dikwijls haar lot geen enkelen brok te krijgen, 't Is nogthans zeer natuurlijk te denken dat zij in ftilte voor zich zelve zorgen; doch zulks moet zeer omzichtig gefchieden; want in tijden van fchaarsheid zich in ftilte van den haar toevertrouwden voorraad goed te doen , word als een groot diefftal befchouwd en met een dragt flagen geftraft. Indien het gefchied door vrouwlieden wier jeugd en huishoudelijke bekwaamheden niet ten haren voordecle pleiten, blijft haar karakter voor altoos gefchonden, en zij heeft maar weinig kans om immer van een man tot vrouw aangezogt te worden. (35)

Wij

(25) Een volk moet reeds tot eenen aanmerklijken I 4 g»»4

Sluiten