is toegevoegd aan uw favorieten.

Landreis van 't Prins van Wallis Fort [...] naar den Noorder-oceaan.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IS<S LANDREIS

'¥? e" wcl betrcdc» ^ eenig voetpad in £W. land. Aan verfcheide plaatzen van dit pad Je, Wi, veele groote vlakke fteerien als tafels, die met veele duizende kleene keijen als bedekt waren. Deze

S'J?^ ^ Zeggen dCr k'°Per Manc"' « 'er die I na'f CenC m£nigtC gCWOrden' elk, <Le ^ch naar de mijnen begeeft of

van daar komt, 'er een bij werpt; daar het des de

~/cheen voor e,k ***** ïn ho";

met een fteen te vermeerderen, fijfe, wij met na aede^en onzen 'er bij te voegen, om goed'geluk te

Jukt als wij aan den voet dier rotsige hoootens gnomen waren, namen drie der Indianen de teru,908 aan, voorgevende: dat uit alles, wat zij zagérfV het hun toefcheen, dat het overige van de reis vergeld zovr zijn van meer moeite dan het vermaak, 't welk z.jzich zeiven in het optrekken ten oorlog tegen de Esquimaux beloofden, kon opwegen.

Op den vijfden was het weder zoo' hW, dat wij door de aanhoudende jachtfnceuw, baeel en ftofregen geen pad konden bekennen, wij bleven derhalven daar wij waren; maar op den zesden dag was hét weer wat bedaard, en tegen den middag mooi geworden zijnde, braken wij in den uchtendftond op m trokken omtrent elf uren noordwest op ; eindelijk' begon de lucht weer te betrekken, en daar wij op, nieuw het flegt weder zagen aankomen, zagen wij naar. een fchuilplaats uit tusfehen de rotzen, gelijk wij de vier vorige nachten gedaan hadden, want wij hadden noch tenten noch tentflokken bij ons. Den volgenden, morgen liepen 'er nog vijftien Indianen van ons weg; zij waren wars van den weg en het ongemeen flegte"

weêr.