Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar dun NOORDER OCEAAN. 321

kleene bosfehen met kreupel-wilgen, overvloed van Wishacumpuckey (45) zoo als de Engelfchen het noemen en 't welk zij als thé gebruiken, eenige Jackashey-puck (46) door de inboorlingen als tabak gebruikt, en een weinig kraanbeziën en boschbeziën maar geen andere vruchten hoegenaamt.

Naar mate men nader aan zee komt, verminderen de bosfehen, en het hout word dunner en Irieener; het laatste kleenebo sch met fparren 't welk ik zag, was omtrent dertig mijlen van den mond der rivier afgelegen, zoo dat wij tusfehen die plek gronds en de zee niets anders ontmoetten dan kale heuvels en dras-gronden.

De rivier ft rekt meestal noord ten oosten, maar loopt op zommige plaatzen zeer krom, en hare breedte verfchilt van twintig tot over de vier of vijfhonderd fchreden. De oevers beftaan meest uit vaste rots, aan weerskanten zoo volkomen gelijk, dat men geen oogenblik behoeft in twijvel te ftaan^ of derzelver bedding wierd door eene verfchrikkelijke aardbeving veroorzaakt ; eene menigte kleene rivieren, meest uit gefmolten fneeuw ontftaande, ftorten zich van tusfehen de heuvels in dezen ftroom. Volgens het zeggen van zommige Indianen, neemt deze rivier haar oorfprong ten noord-westen van het groote Witte Jleen meir, ten naasten bij drie

hon-

(45) Buiten twijvel dezelfde ftruik welke de fchrijver hier boven bladz. 32 wish-a-capucca noemde. Arbutu% uva urfi. ' F.

C46) Welke ftruik onder deze benaming verftaan word, kan ik liiet bepalen. F.

Sluiten