Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a 6

LANDREIS

h de Enielfehen in gebnik, om namentlijk hen in te. vangen, door middel van bet eenvoudige lokaas v:m een hoop grind. De netten, ten dien einde baad, zijn van agt tot twaalf voeten vierkant ,n een houten raam gezet, en gewoonlijk op het ijs van rivieren kreeken, poelen en meiren geplaatst, omtrent horderd roeden van de wilgen, maar in zommige plaatzen niet half zoo ver. Ónder't midden van t net wordt een hoop fneeuw, van één of twee fchepels, ter neder geworpen, en wanneer dien hoop fhif ,neen is gewelkt wordt dezelve met grind bedekt. Om de netten te hellen, rds alles dus gereed is gemaakt, daaroe behoeft niets anders dan de eene z.jde van het raam opteligten en 'er twee kleine ftokken, van omtrent vier voeten lang, onder te zetten: men hecht vervolgens een lijn aan "die fiokjes, welke lijn lang genoeg is om tot aan de naaste wilgen te reiken, wrar het een' einde vast gemaakt wordt, en zoodanig ingericht dat een mensch'erbij kan komen, zonder van de vogel* de onder't net zitten, gezien te worden. Als élk* dus gefteldis,>bben de w r V

anders te doen dan zich naar de naasliféeS wilgen en bosfehen te begeven, en als zij P\rS zien aankomen dezelven naar 't net te drijven, hét welk bi, wij en niet moeilijk valt, dewijl die vogels gemeenlijk als kuikens vc oruit loopen, en zomtijds Met eens behoeven naar 't ret gedreven te worden; want zoo rasch zij den zwarten grind-hoop gewaar wo den cp de witte fneeuw, vliegen zij zelf'er heen Le jager begeeft-zich dan naar het einde van dé hm, .et op de bewegingen der vogels, en als hij W cUrt dat er zo° veele bij 1 yind zijn als he

net

Sluiten