Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Befchrij ving va) het eiland Am ft er dam. Den eer flen van Sprokkel maand. 179Z-

ua BRITSCH GEZANTSCHAP

„ eilands, alwaar de onderaardfche hitte !„ niet fterk genoeg is, om dergelijke op3, eenhooping van fneeuw te beletten, zijn

daar mede bedekt. In fommige deelen „ des eilands zijn deeze vooren en hollig,, heden dieper, dan het bed des kanaals. „ Hiervandaan dienen zij tot kleine natuur„ lijke waterkommen. Het water vloeit „ 'er van al den pmliggenden grond in; „ en dewijl haare zijden door de bladen „ van het lange gras, dat van derzelver. „ kanten in tegengeftelde {trekkingen op„ fchiet, overfchaduwd en bijkans geheel 9, bedekt worden, kunnen de zonneftraa,, len 'er niet op vallen, en dus wordt 'er. „ door de uitwaasfeming zeer weinig ver„ lopren. — Deeze natuurlijke waterkomsj, men zijn , echter, maar zeer klein, en j, weinig in getal. De grootfte kon niet ,j meer dan drie of vier oxhoofden water

bevatten. Op het geheele eiland is ner„ gens eenig ander water te vinden, uit» 3, genomen in de bronnen aan de zijden „ der groote waterkom.''

Dewijl de grond des eilands, overal, \i ligt, fponsachtig, en vol gaten is, wel, r ken de zeevogels daarin uithollen, om *» 'cr hunne nesten in te maaken, is het

w 'C1

Sluiten