Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAAR CHINA. IX. HOOFDST. 345

,, {trekt onmooglijk, ten minfte allermoei„ lijkst te zijn. — Uit deezen hoofde,; „ zouden 'er flechts zeer geringe vesting„ werken, en eene bezetting van weinig

'manfchap vereischt worden, om het ei„ land te verdedigen , zijnde een groot „ gedeelte van deszelfs kust, gelijk wij „ reeds aangemerkt hebben, van natuur ,, onwinbaar. — In de baai en op de „ reê is het water, zelfs voor de zwaarfle ,, fchepen, diep genoeg ; ook liggen zij „ daar voor alle winden, den zuidwesten „ wind alleen uitgenomen , voor welken

zij geheel open is, bloot. Maar de „ kleine afftand van het vaste land in die „ ftrekking belet, dat de zee ooit in die „ baai zeer hoog zwelt, offchoon het niet. , nabij genoeg is, om de kracht des winds

volkomen te breeken."

Indien de Franfchen eens in het bezit van Kallao waren, zou het gebrek van veiligheid tegen eenen ftorm uit het zuidwesten hen fchielijk hebben bewoogen, om, in de nabijheid des eilands, op het vaste land van Cochinchina, meer fterkte te zoeken. De kust van dat fchierëiland is van bevaarbaare rivieren wel voorzien. — Y 5 Voor

Het

'Hand

Kallao.

Den

'ierden

'an

Zomerwaana.i?92'

Sluiten