is toegevoegd aan uw favorieten.

Reis van lord Macartneij, naar China.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar CHINA. XVI. hoofdst. %.Afi. 419

hem , natuurlijker wijs , kon doen hoopen, te zullen belecven. Dus zal hij den geenen, wien hij tot zijnen erfgenaam zal verkooren hebben , zonder gevaar op den troon kunnen zetten; en deeze, 't zij hij zijn eigen zoon, of zulks alleen door aanneeming zij , zal zich verpligt rekenen , den raad en het voorbeeld van zijnen voorganger te volgen ; — eene verpligting , waartoe hij door de gevoelens , en van dankbaare geneegenheid, en van tedere kinderliefde , die , in China , zelfs niet door den troon verzwakt wordt, moest worden opgewekt. Het is, derhalve; waarfchijnlijk, dat kien-long het ge. noegen zal hebben gehad, om in een' ander de waardigheid en magt, welke hij hem medegedeeld heeft, te genieten, zonder zelf van een van die beroofd te zijn. ,

Van de verfcheiden zoons , welken de keizer gehad heeft, zijn 'er nu, in 1793; nog flechts vier in leeven ; naamlijk : de achtfte, de elfde , de vijftiende en de zeventiende. De elfde was gouverneur van Peking, alwaar hij zich , geduurende de afweezigheid van zijnen vader , ophield, D d d Dc

Bezoeh aan het keizerlijk hof.

Herfst-; maand. 1793-