is toegevoegd aan uw favorieten.

Reis van lord Macartneij, naar China.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar CHINA. XVII. hoofdst. 2. Afd. 7£

„ uitwerkfelen derzelven gantsch ongevoe„ lig , gelijk alle de gewrochten hunner „ penfeelen klaar aan den dag leggen. — „ Toen door de Engelfchen verfcheiden „ portraiten, door de eerfte en voornaam„ fte kunftenaars van Europa gefchilderd, „ en tot gefchenken voor den keizer be„ ftemd, ten toone werden gefteld, waren „ de mandarijnen , de verfcheidenheid der „ kleuren , door de aanbrenging van licht „ en fchaduw veroorzaakt, waarneemendea „ onnozel genoeg, om in goeden ernst te „ vraagen , of de perfoonen, wier af beel„ dingen zij zagen, een aangezigt hadden. „ welks eene zijde in kleur van die dei „ andere zijde verfchilde ? Zij befchouwden „ de fchaduw van den neus, als een grooi „ gebrek in het fchilderftuk; en fommigeti „ onder hen verbeeldden zich, dat dezelve „ daar bij toeval geplaatst was."

„ Een Europeesch zendeling uit Italië. „ castiglione genaamd, en een uit„ muntend portraitfchilder, werd door hei „ hof van Peking bezoldigd. Hij kreeg „ bevel van den keizer, om verfcheiden „ fchilderftukken voor hem te vervaardi„ gen; maar hij werd ten zeiven tijde ge„ last, om de Chineefche manier van fchil

„ de-

Peking. Herfstmaand,1793-