is toegevoegd aan uw favorieten.

Reis van lord Macartneij, naar China.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hels van Chan-Jan fjen naar het meir Po ■ yang. Den veer tienden van Slagt maand. 1793.

94 BRITSCH GEZANTSCHAP

hun om de fchouders gaan, manden voor zich, en hebben in hunne hand een kleine hark , met houten pennen , waarmede .zij den mist van dieren , gelijk ook allerleien afval, die maar tot mesting kan dienen , bij een haaien , en in hunne mand bergen. — Maar, behalve den mist of

drek

den akkerbouw der Chineezen opgeeft, zijn het merkwaardigfte, gewigtigfte en volledigfte gedeelte van zijn werk. De gantsch buitengemeene oplettendheid , welke de Chineezen gebruiken , om de vuilnisfen van de ftraaten, grachten, rivieren en meiren, den afval der planten, de uitwerpfels van dieren en menfchen op tefamelen, openbaart zich in alle hunne werkplaatfen, lootfen , enz. Dezelve is overwaardig, zoo veel mooglijk, nagevolgd te worden. Zij plaatfen 'er groote gevernisde aarden potten, in welken het water van menfchen afzonderlijk verfameld wordt. Hetzelve dient niet alleen tot mesting, maar ook om 'er éene foort van lijm van: te bereiden. Zij mengen het ten dien einde met verkensbloed en kalk, en maaken van deeze foort van lijm veel gebruik. Wij hebben reeds veele van hunne zeer vernuftige landbouwkundige gewoonten aangeroerd. Met een woord, de landbouw is die kunst, waarïn de Chineezen het meest uitmunten, en welke zij tot een' hooger trap van volmaaktheid gebragt hebben , dan in Europa tot hiertoe gefchied is. Cossiemj.