Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fa Reize door Syrië en Egypte.

tegen de Bisfchoppen en de Patriarch , altoos ïrt kuiperijen en gefchillen over den voorrang en den godsdienst gewikkeld , onophouJlijk ergernis en onrust in het land verwekken, onder voorwendzet van, volgens het oud gébruik, de kerklijke tugtiging te oefenen ; zij doen eikanderen en hunne aanhangelingen onderling in den ban; zij fchorten de priesters in bunnen dienst op, verbieden de mon* nikken dierst te doen , leggen den leeken openbaare boetdotningen op; in een woord, zij hebben den geest van tweefpalt en krakeel , die de geesfel van het daalend Roomfche rijk geweest is, nog niet afgelegd. Het hof van Rome, dat zij dikwijls met hunne gefchillen lastig vallen , tragt hen te bevredigen om in die landen de eenigfte fchuilplaats, die zijne magt daar nog heeft, niet te verliezen. Over enigen tijd was het genoodzaakt in eene zonderlinge zaak tusfchen te koomen , waarvan het verhaal een denkbeeld kan geeven van den gcesc der Maroniten.

Omtrent het Jaar 1755 was 'er in de nabuurfchap Van de zending der Jefuiten een Maronitisch meisjen, Hendié genaamd, welks zonderlinge levenswijs den aandacht van het volk naar zig begon te trekken. Zij vastte, droeg het haaire kleed en hadt de gaaf van fchreijen, in een woord, zij bezat al het Uiterlijke der oude kluizenaaren en verkreeg weldra dien naam, Alle befchouwden haar als een voorbeeld;

Sluiten