is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize door Syrie en Egypte, in de jaaren 1783, 1784 en 1785.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

524 Reize door Syrië en Egypte.

vleugel van de groote binnenplaats ftaat. Men kart 'er niet koomen dan over ftukken van kolommen, hoopen fteenen, cn zelfs over eenen flegten muur, roet welken men het ombouwd heeft. Als men over deeze hinderpaalen henen is, bevindt men zig aan den ingang en van daar kan het gezigt eenen omtrek g doorloopen, die de woonplaats eens Gods was; maar in plaats van het ontzag verwekkend fchouwfpel van een nedergeknield volk en een drom van priesteren , offerhanden offerende, vertoont het licht van den dag, dat door het ingeftorte gewelf invalt, niet anders dan een verwarden hoop ftukken en brokken , op den grond opgeftapeld en met ftof en wilde kruiden bedekt. De muuren weleer met alle de pragt der Corinthifche bouworde* verfierd, vertoonen niet meer dan boogen van nisfen en tabernakelen, welker fteunzels bijna alle omgevallen zijn. Tusfchen die nisfen ftaan gegroefde pilasters, welker kapiteelen eene lijst onderhouten, die vol breuken is; dat 'er nog van overig is vertoont eene pragtige fries van bloemflingers, van afftand tot afftand opgehouden wordende door'koppen van fatyrs, paarden, ftieren enz. Daarboven rees weleer het gewelf, welk zeven en vijftig voeten breed en honderd en tien voeten lang was. De muur, die het onderfteunde, is een en dertig voeten hoog, zonder een venfter. Men kan zig geen denkbeeld maaken van de verfierfelen van dat gewelf

dan