Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S3° Reize door Syrië en Egypte.

Van de gedaante van halve maanen , vondt; dan alzoo de bevelhebbers zig die gevonden dingen toeeigenen , en de vinders , onder voorwendzel van hun dezelve te doen wedergeeven , in den grond booren, doen deeze hun best om zulks verborgen te houden; zij fmelten de oude muntfpecieën in het geheim of begraaven die zelfs wederom uit dezelfde vreesachtigheid , die haar in de oude tijden deedt begraaven, cn die een bewijs is dat toen dezelfde dwinglandij hecrschte.

A!s men de buitengemeene pragt van den tempel van Balbek in aanmerking neemt, zal men zig met reden verwonderen dat de Griekfche en Latijnfche fchrijvcrs zoo weinig van denzelven gefprooken hebben. De HeerWooo, die hen daar over nageflaagen heeft, heeft geene melding van dien tempel gevonden dan in een fragment van Johannes van Antiochie, welke de ftigting van dat gebouw arm Keizer Antoninus Pius toefchrijft. De opfchriften, welke 'er nog gevonden worden, koomen met dit gevoelen overeen, en het verklaart zeer wel waarom de bouworde, die men gebruikt heeft, de Corinrhifche is, naardien die bouworde niet te deeg in gebruik was dan in het derde tijdperk van Rome; doch men moet egter, om het r.og meer te bevestigen, den vogel, boven de deur gehouwen , niet aanhaalen : moeten zijn kromme fhavel, zijne groote klaauwen en de Mercurius fïaf,

welke

Sluiten